zaterdag 18 juni 2011

vrijdag 17 juni 2011


Wel enerverend, heb niet allen de handen vol blaren, zelfs ook op de voeten. Het einde komt in elk geval in zicht. Gelukkig ben ik nog steeds tot meer in staat dan de gemiddelde twintigjarige.


Voilà Carine. Mocht je denken dat ik daarstraks fotoshopte, hier enkele foto's die onmogelijk van Photoshop afkomstig kunnen zijn.
Typen lukt me nauwelijks meer, want mijn handen beven heftig van de kramp en inspanning. Bovendien gutst het zweet over m'n bril. Ik stop er even mee, pint vatten.
.

Aan het thuisfront


Bonjour tuusfronde. Om te bewijzen dat ik bepaald niet luier, hier enkele foto's. De volledige gevel, van A tot Z, is bezettingsvrij verklaard. Daarna ben ik in de aanval gegaan, met als slachtoffer die stomme betonnen trap. Het is zoals een oud mannetje zei dat een praatje kwam maken: en epoque, les ouvriers ne connaissaient pas des recettes. Destijds kenden de vaklui geen recepten, zeker niet als het om beton ging. Veel cement en kiezels, weinig zand, was het motto. Dat wreekt zich vandaag, het lijkt wel of de trap van Duitse makelij is, ontworpen door een bunkerbouwer. De buurtbewoners zullen het vast niet leuk vinden, het geluid van de kangoo weerkaatst tegen de heuvelwand.

woensdag 15 juni 2011

Un double recompense


Ik heb het thuisfront veel te melden, want gelukkig zijn er van die dagen dat alles meezit. Het begon er al mee dat iemand kennelijk spontaan de kapotte carburateur van mijn antieke motorfiets heeft vervangen, hij is weer helemaal spic en span. Wie het heeft gedaan, is een raadsel. Zo ook weet ik niet wie er vanochtend in alle vroegte een mand met groenten voor mijn deur zette. Knapperige sla, jonge artisjokken en smaakbom-aardbeien.

Frédéric en zijn vader kwamen vanochtend aangereden met een bobcat. Tegen het middaguur was de tuin van de forge helemaal geëgaliseerd, dus kunnen we graszoden bestellen. Ikzelf was sinds gisteren aan het ploeteren om de bezetting van een buitenmuur te kappen. Bij felle zon, dertig graden en een zware vochtige lucht. Met een hamertje want op zes meter hoogte op een wankele trap kun je geen machines bedienen. Zojuist heb ik die muur bezettingsvrij verklaard. Morgen komt nog een stuk bezetting aan de voorgevel aan de beurt (zie laatste foto). En dan had ook nog het thuisfront allemaal goed nieuws. Over vandaag was ik dermate tevreden dat ik bij Bruno twee pastis tegelijkertijd bestelde. Dat ga ik straks na het douchen herhalen. Un double recompense, zoals we hier zeggen.

maandag 13 juni 2011

Prachtig


Toen ik vanochtend opstond, regende het sinds lange, lange tijd. Maar al snel waren de wolken verdwenen en werd het aangenaam warm. Wijnboer Christian kwam ik op zijn rode tractortje tegen, hij was zeker blij met het hemelwater? Dat bleek niet het geval. 's Nachts regen en overdag zon wil voor hem zeggen dat er grote kans op schimmels is en dat is voor de wijngaard een ramp. Liever nog stellen de druiven het zonder water, hun wortels gaan tot tien meter diep en dus vinden ze het nodige altijd wel.
Toen er vanmiddag één klein donker wolkje aan de hemel verscheen, barstte ineens de hemel open. Het duurde hooguit vijf minuten en overal in de omtrek scheen de zon. Hoe wonderlijk kan de natuur zijn. Snel pakte ik mijn camera om een plaatje vanuit een zijraam te schieten. Fenomenaal. Prachtig. Maar meteen ook moest ik denken aan de wijnboeren voor wie dit rampzalig is. Maar wacht eens even. Als het klimaat goed voor schimmels is, schieten ook de paddestoelen als paddestoelen uit de grond. En dat stemt mij ondanks mijn medeleven met Christian toch weer vrolijk. Ommelette met cèpes of morilles, het leven kan slechter zijn.

Versierde bomen


Over de "mai" had ik het al eens. Maar wat je in Frankrijk ook vaak ziet, zijn sparreboompjes die met papieren bloemen zijn versierd. Op dit moment staat het er in Saint-Pompon vol mee. Er is namelijk een bruiloft in het dorp. Is het merkwaardig dat je dit gebruik overal in Europa ziet? Eigenlijk niet, want het is een traditie die al in de Keltische en Germaanse culturen begon. Onze kerstboom is er een rechtstreekse afleiding van.

zondag 12 juni 2011

Metereologisch fenomeen


Rond het middaguur was het zeer aangenaam in Saint-Pompon: vrijwel windstil en 23°C. Plotseling verscheen er een wolkenband aan de zuidwestelijke horizon. Op het moment dat die passeerde, steeg de temperatuur binnen 10 minuten naar 32°C en werd de lucht zeer zwaar en vochtig. Dit heb ik in Europa nog nooit eerder meegemaakt, wel in de tropen. Op de foto is het fenomeen te zien. Meteorologen noemen dit een front. Snel naar huis om naar de buienradar te kijken, er bleek geen regen op komst. Alleen zwaar weer van Bretagne totaan Parijs, maar dat is ver weg van hier.
http://www.weer.nl/nl/home/weer/neerslagradar/frankrijk.html

vrijdag 10 juni 2011

Tentje en luchtbedden


Het probleem van een vakantiehuis is dat je nooit meer op vakantie gaat. Vantevoren is duidelijk waar je in je vrije tijd heen gaat: naar je eigen huis natuurlijk. Maar af en toe hebben we best wel heimwee naar een paar dagjes strand, verbrand met zand tussen je billen. Dat is er al tien jaar niet van gekomen. Vandaar dat ik gisteren een tentje en twee luchtbedden ben gaan kopen. Waarom geen hotelletje gepakt? De allermooiste stranden van Europa vind je in de Médoc, het gebied ten noorden van Bordeaux. Omgeving Montalivet. De zee is er blauw, de zandstranden uitgestrekt. Echter, het is een natuurgebied voor campinggangers, hotels zijn er nauwelijks en die er zijn zitten stampvol. Vandaar dat we de komende zomer eens ouderwets gaan "puppen".

woensdag 8 juni 2011

Retour



Ik ben al bezig met inpakken want voor het weekend moet ik in Saint-Pompon zijn. Dit weekend vindt het grote mountainbike (ofwel in het Frans VTT: Vélo Tout Terrain) evenement plaats dat meetelt voor het wereldkampioenschap. Alle groten der bike-aarde verschijnen aan de start. Pierrot heeft de organisatie in handen en ik beloofde hem om er een reportage van te maken. Vervolgens gaan we een grasmat leggen in de tuin van de forge die is omgeploegd en inmiddels hopelijk ook is geëgaliseerd. Hoewel ik in de loop der tijd helpers heb gevonden die ik redelijk kan vertrouwen, weet je het in Frankrijk maar nooit. Je kunt bijvoorbeeld een datum hebben afgesproken en daarbij ongelukkigerwijs zijn vergeten om ook het jaartal te noemen.
Hopelijk is het zaterdag mooi weer, want dan kan ik de 920 kilometer afleggen op de ultieme manier: kap van de auto, zonnebril op, routemiep instellen "vermijd snelwegen", gernieten van het landschap en vele uren luisteren naar het prachtige bescheiden gebrom van m'n SSR...
Nu ik het over de SSR heb. Dat is een zeer zeldzame auto die de meeste mensen nog nooit hebben gezien, in alle landen heb ik veel bekijks. Behalve in Frankrijk. Zestig miljoen Fransen draaien hun hoofd om en zien die auto niet. Maar als je hem geparkeerd hebt, bijvoorbeeld om een paar verse croissants te kopen en je dus zelf niet bij de auto bent, is het ineens zwart van het volk. Zodra je zelf weer ten tonele verschijnt,stuift de massa uit elkaar als was het een kolonie kakkerlakken. Eén keer is er bijna iemand verongelukt. Ik was naar de doehetzelf geweest voor een paar spulletjes, stapte in de auto en startte de motor. Plotseling was er van alle kanten geroep van de kakkerlakken. Wat bleek? Er lag nog een vent onder de auto. Die was het ding aan de onderkant aan het bestuderen. Rare jongens die Fransozen.

zondag 5 juni 2011

De bezetting van de twintiger jaren


Wat in geen enkel geschiedenisboek te lezen staat, is dat Frankrijk ook in de twintiger jaren van de vorige eeuw bezet werd. Niet door de Duitsers.

In m'n heel vroegere leven heb ik beroepsmatig gevaren getrotseerd. Hoogtevrees had ik allerminst, want ik tokkelde, klom en sprong er vrolijk op los. Zo'n vijf jaar geleden echter, ik weet nog steeds niet hoe het kwam, stond ik plotseling te rillen als een rietje toen ik de ladder opging. Met knikkende knieën en klapperende tanden schoof ik voetje voor voetje weer naar beneden. Maar ja, ik moet in Saint-Pompon een huis verbouxwen, dus dat schiet niet op. Het huis is van binnen een droom, aan de buitenkant moet ik nog steeds bezetsel wegkappen om de vrijkomende natuurstenen mooi lichtgeel te voegen. Ik heb me voorgenomen om dit werkje deze zomer af te maken en daarvoor ben ik bij mezelf op cursus gegaan. Stiekem, zodat vooral niemand het kon zien, heb ik in Schilde een uitschuifladder tegen een boom gezet om te oefenen. Nu ben ik gelukkig weer zover dat ik de ladder op kan rennen en en passant onderweg nog even in de handen klap. Ik ben er dus weer helemaal klaar voor, laat het zand, de kalk en het cement maar komen!
De meeste natuurstenen huizen in Frankrijk zijn bezet met een vieze grauwe cementlaag. Het blijkt dat dit in de twintiger jaren van de vorige eeuw plotseling mode werd, overgewaaid uit Parijs. Hoeveel miljoenen tonnen cement moet hiervoor gebruikt zijn! En al die miljoenen tonnen worden tegenwoordig weer driftig afgekapt. Het is vooral een tijdrovend werk waar je grote neusgaten van krijgt. Met een hamer en bijtel hoef je het niet te proberen, je moet geëquipeerd zijn. Voor het werk heb ik drie klopboren aangeschaft: een kleintje, een middelmaat en een hele grote. Het kleintje gebruik je om boven je macht te werken, met de grootste val je de onderste halve meter aan want die is van een soort beton. Nadat het bezetsel weg is, moet je de oude zandvoegen tussen de stenen tot zo'n 10 cm diepte vrijmaken met een oude schroevendraaier. Na al dit vreselijke werk ben je nog maar op de helft, want het voegen kan beginnen.
Het recept voor de voegspecie is op elke plaats anders, want je moet de kleur van de stenen zo veel mogelijk respecteren. In Saint-Pompon zijn de stenen lichtgeel. Daarom gebruik ik 14 delen rood zand uit de plaatselijke groeve op 5 delen kalk (Tradifargue) en 3 delen witte cement. Het is onvoorstelbaar hoeveel voegsel er in de muren kruipt. Om een indruk te geven: bij de binnenmuren heb ik hetzelfde gedaan, voor één huis had ik 4 kuub zand nodig!
Sommige huizen worden helemaal verpest door gewone grijze cement te gebruiken. Helemaal fout, zo vind ik. Op de foto ziet u mijn recept op de muur van een slaapkamer.

zaterdag 28 mei 2011

Hoe we in Saint-Pompon terecht kwamen


Anno 2011 is het nog steeds mogelijk om in de Périgord (Dordogne) een huis te vinden tegen een prijs waar je in de lage landen niet eens een studiootje voor kunt kopen. Zeker de minder interessante gebieden zijn nog steeds spotgoedkoop, maar ja, in een landbouwgebied wil je niet dood gevonden worden, of je moet van de volmaakte eenzaamheid houden. Veruit het mooiste gebied, met kastelen, middeleeuwse dorpjes met peperkoekenhuisjes en een oogverblindende natuur, vind je in het zuidoosten van de Périgord. Zeg maar ten zuiden en westen van Sarlat. De meeste huizen zijn er gerestaureerd en dus duur. Maar toch is ook hier wel wat te ontdekken, als je er maar wat moeite voor wilt doen. Een prachtige manier om het gebied tijdens de vakantie te ontdekken, is het bezoeken van vide-greniers, rommelmarkten. Elk zelf respecterend dorpje, ook al telt het maar twintig inwoners, organiseert zoiets, meestal op zondag, ook wel op zaterdag. Op de site http//:vide-greniers.org staan ze keurig opgesomd. Je komt daarmee op plekjes waar je anders niet zou komen en tien tegen een dat je eens een leuk huisje ontdekt.
Bij ons ging dat anders, zo'n twaalf jaar geleden. Tijdens een canicule (hittegolf) vielen de mussen van het dak, de temperatuur was ondraaglijk. Er zat niets anders op dan in de auto te stappen, met de loeiende airco op 17. En maar rondrijden. Tijdens die middag kwamen we in een toevallig dorpje. Carine en ik keken elkaar aan en zonder iets te zeggen, wisten we het allebei. Hebt u dat ook ooit meegemaakt? Je komt op een plek waar je gegarandeerd nog nooit geweest bent. Maar toch lijkt het of je thuiskomt. Of je er in een ander leven ooit hebt gewoond. Een volkomen familiair gevoel. We besloten om de hitte te trotseren en maakten een wandeling door het dorpje. En daar was het. Een piepklein handgeschreven bordje à vendre. Van buiten leek het huis nog goed in orde, zelfs zat er een dak op. Het was een groot huis met minstens vier schoorstenen en twee afzonderlijke trappen, dus dachten we dat het om een gedeelte van het huis ging, de linkerkant waar het bordje aan de trap hing. Dat zou voor ons groot genoeg moeten zijn, zo overwogen we. Een klein gebocheld mannetje, gehuld met pet en een voor hem veel te lange blauwe stofjas, kwam zich bemoeien. Het huis zou niet duur zijn, zei hij, het staat al jaren leeg. Het is de coin noir van ons dorpje.
Het oude vrouwtje dat we aan de krakende telefoonlijn kregen, was de eigenaresse. Ze noemde een bedrag waarvan we ons een hoedje schrokken: 24 miljoen francs. Dat zou dus wel de prijs voor het volledige huis zijn, ver boven ons budget. Teleurgesteld gingen we nog één keer kijken om vervolgens een glas te drinken in het plaatselijke café. En wat hoorden we daar? Het ging om 24 miljoen oude francs. Het bedrag mochten we dus door honderd delen: 240.000 francs. Gedeeld door zes is 40.000 euro. En dat voor het volledige huis. We werden weer razend enthousiast en gingen het huis bezoeken, de sleutel was in het café. Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen we de veertiende-eeuwse trappen bestegen: als een kind met de sleutel van een snoepwinkeltje in handen. Binnen viel het best wel tegen. De woonruimte was verdeeld in negen ruimtes en in de keuken leek een bom ontploft. Ik voelde eens aan de tussenmuren en die bewogen lichtjes. Geen draagmuren dus. Met voetstappen en een klein schetsje probeerde ik de omvang van het huis te schatten. Stel dat we alle tussenmuren zouden slopen. Stel voor dat we dit, stel voor dat we dat. Carine was helemaal niet enthousiast over alle troep die ze zag, ze wilde zo snel mogelijk weer weg. Toen kwam de eigenaresse ten tonele en voordat ik met Carine had overlegd, zei ik: We doen het. En zo kwamen we in Saint-Pompon terecht.

Dit is het uitzicht vanuit onze woonkamer

vrijdag 27 mei 2011

Een eigen huis in Frankrijk


Als buitenlander die in Frankrijk één of meerdere huizen heeft, ben ik bepaald niet de enige. In de Périgord is duidelijk te zien wat van wie is, de panden die magnifiek werden gerestaureerd zijn voor het overgrote deel in handen van buitenlanders, de Fransen zelf vinden het wel goed waarin ze wonen, een prachtige huisvesting vinden ze niet zo belangrijk. Ook bij de buitenlanders zie je vaak onderscheid. Zo hebben de Engelsen graag plastic ramen en deuren, misschien zijn ze dat thuis zo gewend. Nederlanders spelen overwegend zelf voor bouwvakker en weten de meest trieste ruïnes om te toveren tot droompaleisje. De meeste Belgen kopen liever een huis dat al gerestaureerd is. Ze willen niet in het stof bijten maar genieten.
De eerste buitenlanders die zich destijds in de Périgord aandienden, waren de Nederlanders. Ze hadden gelijk, want 25 jaar geleden kon je huizen kopen voor omgerekend 5.000 euro of zelfs veel minder. De Fransen snapten er helemaal niets van dat die rare Hollanders zich elke vakantie uit de naad kwamen werken. Zelf heb ik mijn eerste huis gekocht in Meyrals, een geklasseerd dorpje tussen Saint-Cyprien en en Les Yezies. We kwamen daar in 1999 toevallig langs toen een oud vrouwtje een bord "à vendre" in de grond aan het slaan was. Een gesprekje leerde dat zijn de voorgenomen verkoopprijs exact in haar hoofd had: 1.200.000 francs. Dat bleken oude francs te zijn, dus gedeeld door honderd: 12.000 nieuwe francs. Omgerekend naar onze tegenwoordige Europese valuta is dat 2.000 euro. Onmiddellijk meldden wij ons bij de plaatselijke notaris. Nu was het gekochte geen huis maar een oude séchoir à noix, een walnotendrogerijtje. Notaris Magis zorgde ervoor dat we meteen een C.U. (certificat d'urbanisation) kregen, de vergunning om er een woonhuis van te maken. Een middeleeuws gebouwtje met muren van bijna een meter dik, met ruim 600 m² tuin in het centrum van een geklasseerd dorp, naast de kerk. Het is nauwelijks voorstelbaar.
Zijn we daar in Meyrals aan het verbouwen geslagen? Welnee. Bij ons eerste echte bezoek zag Carine binnen een velletje van een slang. Met haar fobie wilde ze er nooit meer komen. De notaris waar we inmiddels mee bevriend werden, bezwoer ons dat we het nooit mochten verkopen. Straks zou de snelweg van Parijs naar de Périgord worden aangelegd, gevolgd door een autoroute van Bordeaux naar de Périgord. Ons pandje, zo zei hij, zou alleen maar in waarde kunnen stijgen. Gewoon laten staan dus. Eens in de zoveel jaar stapten we in de auto om ons grootgrondbezit te bekijken, de klimop groeide door de dakpannen en de tuin werd een wildernis. Ooit kregen we nog een brief van de gemeente waarin we gesommeerd werden om een mooie tuin te maken. Vele jaren hoorden we helemaal niets. Tot een half jaar geleden de burgemeester ons belde. Hij wilde ons ontmoeten omdat de gemeente interesse had in het onroerend goed. De moderne tijden hebben in de Périgord hun intrede gedaan, de burgemeester wenste een rotonde te bouwen, precies op de plek van ons huisje. Nadien deed hij ons een bod waar we niet op in gingen. Dat zit namelijk zo. Omdat we inmiddels helemaal gesetteld zijn, raken we via de tamtam van alles op de hoogte. Zo hoorden we dat de burgemeester van Meyrals het oog had op een nietig huisje van Nederlands/Belgische eigenaren. Van de 600 meter had hij 100 meter nodig voor zijn rotonde, de overige 500 meter zou hij verkopen aan zijn vriend die naast ons nietige goed woont. U begrijpt dat we de verkoopprijs van ons huisje daardoor bijstelden. Op de foto het nietige huisje. Het lijkt kleriner dan het is, want het heeft een bovenverdieping.

In een volgend verhaal: hoe we in Saint-Pompon terecht kwamen.

donderdag 26 mei 2011

Mooi handwerk



In de smederij ligt de nieuwe kastanje vloer zo'n veertig centimeter hoger dan de oorspronkelijk gallo-romeinse vloer. Dat stelde me in staat om er industriële verwarmingselementen onder te plaatsen. Die elementen, rond met grote ribbels, 120 lang, hebben een capaciteit van maar liefst 5 kW. Er liggen er twee van. Maar ja, als je dat stroomgeweld zou gebruiken, kan het huis wel eens afbranden. Vandaar dat ik de elementen ommuurd heb met baksteen. Mijn trouwe lokale helper Frédéric maakte mooie vloerroosters. Helemaal met de hand, met zijn kleine lasapparaatje. Daarna liet hij ze moffelen bij hoge temperatuur. Aan de linkerkant zit een luikje, waaronder zich de regelknop bevindt. Ik vind de combinatie van kastanje, steen en metaal heel mooi geslaagd, hoewel modern, past het goed bij de middeleeuwse omgeving.

woensdag 25 mei 2011

Een boek over Saint-Pompon


Ik heb me voorgenomen om een boek te schrijven over Saint-Pompon en dat met name over de mensen en wat ze doen. Merkwaardigerwijze hebben àlle Pomponnais iets met eten en drinken te doen. Ze stoken hun alcohol, slachten hun varken, verzorgen hun potagier (moestuin), maken hun verjus uit onrijpe druiven ter vervanging van azijn, zoeken truffels, cèpes en trompettes de la mort. Fransen eten alles wat beweegt. Vaak zie je ze op zondagochtend in de berm van de weg, gewapend met een plastic zak. Dan zijn ze naar enge beestjes op zoek die achteraf verdraaid lekker zijn. Ooit zal dit alles verdwijnen, het wordt tijd om er eens een volledig portret van te maken.
In het verleden heb ik al veel reportages gemaakt. Van de bakker, de beenhouwer, de jacht, de tabaksteler, het vissersvrouwtje op de Dordogne, het oude mannetje die met zijn zestien hectares volledig self supporting is, de lokale gastronomie, de varkensslacht, de mobiele alcoholstokerij... Dit piepkleine dorpje produceert zo'n beetje alles wat je in een supermarkt kunt vinden. Binnenkort ga ik weer naar Saint-Pompon, ik heb alvast een lijstje gemaakt met reportages die ik zeker nog moet maken. Heb ik in elk geval weer iets te doen.

Attentie voor flitspalen

Voor argeloze noorderlingen die deze zomer met of zonder sleurhut naar Frankrijk op vakantie gaan, kan het geen kwaad om extra op flitspalen te letten. Eerder schreef ik op deze blog dat u in Frankrijk tijdig voor alle flitslokaties wordt gewaarschuwd middels grote borden langs de weg. Pas op, de Fransozen zijn die borden momenteel aan het weghalen. Kijk absoluut goed uit tussen Luxemburg en Nancy. Op de A31 daar bevinden zich de 5 flitspalen met Frankrijks hoogste score. De lijst wordt aangevoerd met de paal bij Maxéville die vorig jaar maar liefst 159.000 bekeuringen gaf. De overige vier staan op dezelfde route: Thionville, Champigneulles, Montigny en Aujeures. Op die hele snelweg A31 mag u tot ver voorbij Metz slechts 90 kilometer per uur.

maandag 2 mei 2011

De tuin rigoreus omgeploegd


Tsja, vorige vrijdag moesten we hals over kop vertrekken richting noorden, nadat we een telefoontje hadden gekregen. Er was in gebroken in ons huis in Schilde. Dus heb ik het werkje waar ik in Saint-Pompon mee bezig was, laten liggen. Dat werkje betrof de tuin van de forge. Fréderic had die met zijn machinerieën helemaal omgeploegd. Vervolgens moet alles worden geëgaliseerd zodat er nieuw gras op kan van het type "rustique". De prijs voor kant en klaar gras op rol viel enorm mee: 5 euro per meter. Dat zal mijn trouwe lokale helper Fréderic helemaal alleen moeten doen, want ik ben vanaf nu weer helemaal bezet op onze redactie.

maandag 25 april 2011

La fête du cochon 2011




Het was met veel tamtam aangekondigd, op eerste paasdag zou er weer een varkensfeest worden gehouden in het dorp. Om zeven uur werd ik gewekt door dierengeluiden, maar niet van geknor. Gebalk van ezels vooral. Op het dorpspleintje bleek geen enkel varken aanwezig, hooguit twee speenvarkentjes waarvan je tegen betaling van twee euro het gewicht mocht raden. Voor de rest was het plein gevuld met ezels, de lucht was gevuld met hun odeur. Fransen weten overal een feest van te maken, zelfs als het feestvarken niet aanwezig is. Het werd dus een leuke dag waarbij veel gekassekroet werd en de wijn welig vloeide.
Op zeker moment werd het heel druk bij het gemeentehuisje, alle boeren van de omgeving verdrongen zich bij de deur. Christian wist me uit te leggen wat er gebeurde, er was een belangrijke vergadering. Er lag namelijk een voorstel op tafel om schapen los te laten op de woeste gronden. Zoals bij elk voorstel zijn er altijd wel een paar tegenstanders, dus moest het besluit officieel worden genomen volgens het ons bekende poldermodel. Daarna werd het weer rustig. Hoewel rustig, velen namen de speenvarkentjes in de handen om hun gewicht te taxeren en daarbij maken die beestjes een hevig wiekend geluid. Aan het einde van de dag werd er op het plein een ouderwetse bascule opgesteld om de beestjes nauwkeurig te wegen. Daarna moesten de dames van de administratieve dienst stevig gaan rekenen om de winnaar te bepalen. En wie was de winnaar? Inderdaad ikke. Ik werd daarom de trotse eigenaar van een varken, dat door de dorpelingen meteen "Norbèrt" werd gedoopt. Diverse mensen boden zich spontaan aan om het beestje voor me te mesten. Daar ben ik niet op ingegaan.
De jaarlijkse weegwedstrijd van het varkentje is namelijk om de kas te spekken voor het kinderfeestje dat op tweede paasdag plaatsvindt. Alle kinderen mogen chocolade-eieren zoeken en degene die het goudgekleurde ei vindt, krijgt ook nog eens een mooi kado. Ik wist daarom niet beter om het varken openbaar te verkopen aan de hoogste bieder en de opbrengst in de kinderkas te storten. Het knorrebeest bracht 50 euro op, de kinderen mogen daarom extra veel eieren gaan zoeken.


zondag 24 april 2011

De grote verwarring



Enkele jaren geleden werd ik ergens in midden Frankrijk aangehouden door de gendarmes. Mijn type auto hadden ze nog nooit gezien, zogenaamd ter controle gingen ze eens op hun gemakje het spul onder de motorkap bekijken. Ik was daar geïrriteerd over, ze moeten de mensen met rust laten. Waar komt u vandaan, vroegen ze. Uit Saint Pompon, zei ik eerlijk. Uit waar? Uit Saint Pompon. De magerste van de twee, die met dat snorretje, werd heel erg boos. Wist ik wel wat het betekende om een gendarme in functie impliciet te beledigen? Wist ik wel dat er zware straffen stonden op het geven van valse inlichtingen? En besefte ik wel dat ik mijn mijn onnozele antwoord een officieel onderzoek belemmerde? Mais Saint-Pompon, ça existe, zweerde ik. De dikke van de twee ging naar zijn auto om er de computer te raadplegen. Geen Saint-Pompon te vinden in zijn bestand, dus werd de sfeer er niet prettiger op. Hoe dan ook, er werd een proces-verbaal van gemaakt, ik zou er nog van horen. Later heb ik een door de burgemeester ondertekend en gestempeld document naar de rechtbank in Châteauroux verzonden. Plus een foto van ons stationnetje waarin de plaatsnaam vereeuwigd werd, heel lang geleden, toen ze poep nog met een lange oe schreven. Alles om een strafrechtzaak te voorkomen.

Dit voorval is onderdeel van de grote verwarring die er sinds de uitvinding van het telefoonboek heerst. De telefoonmaatschappij heeft destijds de naam van het dorp veranderd in Saint-Pompont, vermoedelijk omdat men de echte naam niet geloofde. Vervolgens ging iedereen zich trouw op het telefoonboek baseren, totaan Parijs toe. De energiemaatschappij, de GPS, de kaart van Michelin, de officiële regeringsstatistiek, alles en iedereen gebruikt de mismaakte naam Saint-Pompont, dit tot grote ergernis van ons trotse dorp. Wanneer u bij mij op bezoek wilt komen en in uw routemiep de naam Saint-Pompon intypt, krijgt u een foutmelding. Dat maakt alles zeer gecompliceerd. Wil men in Parijs aub de nodige correcties doen? Te laat, zeggen ze daar. Er zijn vele duizenden digitale systemen die onafhankelijk van elkaar opereren, een correctie zou rampzalige gevolgen hebben. En zo gaat het leven verder.

zaterdag 23 april 2011

De frelon ofwel hoornaar



In Zuid-Frankrijk vliegt een wesp rond die veel groter zijn dan we gewend zijn. Het is geen wesp, het is een frelon. In de lage landen heet hij "hoornaar", vrijwel niemand kent hem meer omdat men hem met succes bestreden heeft. De Fransen hebben veel respect voor een frelon, want zijn gif kan dodelijk zijn als hij bijvoorbeeld in een slagader prikt. Mensen met een zogenaamde anafylactische allergie lopen rond met een injectiespuitje in geval ze gebeten zouden worden. De frelon, hij hoort bij het zomerse leven. Je laat hem gewoon zijn gang gaan, want als je hem niet kwaad maakt, is hij niet agressief. Zorg er alleen voor dat hij niet in je broekspijp of in je cola-blikje terecht komt. Ga er in elk geval niet paniekerig naar zwaaien, drink het liefst nooit uit een blikje. En als u er eentje wilt vermoorden, doet dat dan niet in de buurt van een nest want de collega's kunnen te hulp snellen. De frelon is een echte jager die het op individuele insecten gemunt heeft. Wat dat betreft is het een nuttig dier.


Frelon

Sinds een jaar of vijf is er een geheel nieuwe frelon ten tonele verschenen: de Aziatische. En die is een ware ramp. De Frelon Aziatique, die herkenbaar is omdat hij enkele gele strepen minder heeft, maakt enorme nesten hoog in de bomen. Vandaar vliegt hij uit om bijenkorven aan te vallen en kan dan een ware slachting aanrichten. Enkele jaren geleden maakten de boeren nog wel eens de fout om de nesten te vernietigen, met hun jachtgeweren schoten ze erop. De ramp wordt dan pas echt groot, want zo ontstaan er veel meer koninginnen die ieder een nieuw nest maken. Tegenwoordig is het vernietigen van de nesten verboden, je bent verplicht om nesten bij de gemeente te melden, er komen dan speciaal opgeleide brandweermannen aan te pas.


Frelon asiatique

Het afspraakje van de notenbomen


In de lente komen er in de Périgord al rap bladeren aan de bomen, begin april is de natuur al een lust voor het oog. Behalve de honderdduizenden notenbomen, die doen dan altijd alsof het nog winter is. En dan plotseling, van de ene dag op de andere, verandert dat. Gisteren heb ik dat fenomeen eens bestudeerd. De notenbomen, allemaal tegelijk, ontloken binnen een tijdspanne van nauwelijks twee uur. Het lijkt wel of ze een gezamenlijk afspraakje hebben gemaakt om dat te doen. Niet verwonderlijk, want ze zijn allemaal familie van elkaar.

donderdag 21 april 2011

Duimen voor de stokerij



Sinds de oude monsieur Terral enkele jaren geleden overleed, hebben zijn dochter en kleinzoon de mobiele stokerij overgenomen. Bijna nergens in Frankrijk is zo'n geval nog te zien, maar rond Saint-Pompon rijdt men het gevaarte nog steeds rond. Waarom zijn deze stokerijtjes zo zeldzaam geworden? Dat komt door de wet, die zegt dat de vergunning alleen van vader op zoon kan overgaan. Is er geen opvolger dan wordt de vergunning ingetrokken en de stokerij vernietigd. Moeder en kleinzoon Terral leven op dit moment in angst. Ze hebben de stokerij voortgezet, maar op elk moment zou de douane kunnen komen om er beslag op te leggen. Monsieur Terral had immers geen zoon, alleen een dochter. En daar voorziet de oude wet niet in. Laten we allemaal duimen dat ook in dit geval man en vrouw worden gelijkgeschakeld. Als dat niet het geval is, zou je denken, stap je naar de Europese rechter om gelijk te krijgen. Maar vergeet niet dat het hier om eenvoudige boerenmensen gaat die vermoedelijk niet eens weten dat er een Europese rechter bestaat. Ja, laten we allemaal duimen. Er is al zo veel vernietigd, verloederd en afgedaan. Er bestaan al zo veel tradities niet meer. Duimen, duimen, duimen.

Deze middag gaat de stokerij op stal, het seizoen zit erop. In oktober zal alles weer opnieuw beginnen. Ditmaal ook met experimenten, want ik ga proberen om 150 kilo sinaasappels mee naar Saint-Pompon te nemen. Of citroenen. Liefst ongewaxte. Die mogen (door onze vrienden van Rungis AGF ?!) in helften of kwarten gesneden worden opgespaard in enkele tonnen met schroefdeksel, want het fruit moet voor het stoken gefermenteerd zijn. Ben nu alvast benieuwd welk nieuw "hoestdrankje" komend najaar kunnen brouwen...

dinsdag 19 april 2011

Het wordt weer feesten



Toen ik gisteren in Saint-Pompon arriveerde, riepen de pamfletten me toe. Op 24 april wordt het varken gevierd. Hoewel, la fête du cochon van vorig jaar in het achterhoofd vermoed ik op het feest slechts weinig varkens te zullen aantreffen. Hooguit zullen er drie knorrebeesten te zien zijn, plus de een of andere worstenmaker. Geeft niet, het gaat de Fransen om een aanleiding tot feesten en dan is elk excuus goed genoeg.



Maar er hangen in het dorp nog meer posters. Voor degene die niet van varkens houdt, is er op 1 mei het omelettenfeest in het gemeenschapshuis. Aperitief, charcuterie, omelette met salade, kaas, pâtisserie en koffie, wijn inbegrepen, gaat slechts 8 euro kosten, kinderen betalen slechts 3 euro. Waar vind je zulke modeste tarieven nog?



Belieft u geen varken en bent u evenmin gesteld op een omelet, dan is er nóg een poster die de aandacht trekt. Op 11 mei, wederom in het gemeenschapshuis, kunt u terecht met uw problemen aangaande het ouder worden. Op het betreffende pamflet is een foto afgedrukt van twee mensen, hij met prostaat- en zij met plasgootjesproblemen, die wuivend van jolijt door het leven gaan. Ze trotseren de branding dat het een lieve lust is, op weg naar de slaapkamer waar hen een welverdiende gemeenschap wacht. Verdomme, zelfs als je twintig bent, wil je deze séance niet missen. Want laten we eerlijk wezen, we kennen weinig jongeren die met de vitaliteit behebt zijn als op de poster is afgebeeld. Nondeju, was ik maar alvast oud, ik ging die gratis séance niet missen!

maandag 18 april 2011

Pastis flesjes



Een goede vriend zei ons vorige week dat hij op zoek was naar specifieke waterflesjes die men in Franse café's op tafel zet bij een glas pastis, maar ze nergens kon vinden. We beloofden hem om er naar uit te zien, gisteren bezochten we diverse Franse rommelmarkten en vonden er maar liefst vier. We zullen ze straks meenemen naar het noorden. Het doet altijd plezier om iemand een plezier te doen.

donderdag 14 april 2011

Lauzes





In grote delen van Frankrijk werd vroeger uitsluitend met natuurlijke materialen gebouwd. Stenen lagen overal en bomen waren nooit ver weg. Manuren kostten daarentegen helemaal niets, want niemand had veel te doen. Bakstenen en dakpannen komen uit een fabriek en moet je betalen, dat konden alleen de rijken (zoals de overheid) zich permitteren. Gelukkig is er nog veel bewaard gebleven en mogen we volop genieten van de natuurlijke bouwmaterialen. De typische dakbedekking die vroeger werd gebruikt, bestaat uit "lauzes". Dat zijn platte stenen die in de natuur bij elkaar werden gesprokkeld. Als de steen maar plat genoeg is, heb je geen dure dakpannen nodig. Anderzijds wegen de lauzes gigantisch veel, zodat je een zeer zware dakconstructie nodig hebt.
In het dorpje Meyrals, vlak achter Saint-Cyprien, zag ik noeste werkers bezig met de restauratie van zo'n klassiek dak. Fantasisch om te zien. Fantastisch ook dat huizenbezitters kosten noch moeite sparen om de tradities in ere te houden. Volgens de burgemeester gaat het in dit geval over een Belgische eigenaar.

dinsdag 5 april 2011

De lamproie en zijn anadrome vriendjes

In de Dordogne vind je drie vissoorten die eigenlijk zeevissen zijn, maar om als volwassene naar de rivier komen om er te paaien. In de natuurkunde worden dat anadrome soorten genoemd. We spreken hier over de Alose (elft), de Saumon (zalm) en de Lamproie (prik). Lange tijd zijn ze op de Europese rivieren niet te zien geweest, dit vanwege de stuwdammen en watervervuiling. Gelukkig zijn de stuwdammen tegenwoordig voorzien van vistrappen, waarlangs de vis naar boven kan springen. En er is geen schonere rivier te vinden dan de Dordogne. Deze ontspingt in La Bourboule (Auvergne) en komt onderweg geen industrie tegen.



De zilverkleuruge elft is een haringachtige die na zeven jaar volwassen is. Op zee heeft hij in grote scholen op kreeftachtige prooien gejaagd, als hij de rivier opkomt is hij solitair. De eitjes worden aan de luwe kant van een rivierbocht los afgezet, waarna de elft nog een tijdje blijft rondhangen. Vervolgens sterft hij van ouderdom en drijft dan op de rivier. Er zijn wel eens toeristen die in paniek de gendarmerie bellen omdat ze op de rivier een grote vissensterfte zien. Dit is dus een normaal verschijnsel. De jonkies zorgen dat ze goed aansterken en trekken naar zee.



De zalm heeft ongeveer dezelfde leefwijze, hoewel hij al na drie tot vier jaar op zee volwassen is. De paaigrond is precies dezelfde plek als waar hij geboren is, meestal heel dicht bij de rivierbron. Eenmaal op de rivier eet hij nauwelijks meer. Na het paaien sterf het dier van uitputting. De zalm zwemt vooral in supermarkten.



De prik ofwel lamprei is een verhaal apart. Het is een monsterlijk prehistorisch wezen. Zijn mond is een zuignap met gemene tandjes rondom. Hiermee klampt hij zich aan een grote vis vast om bloed te zuigen. Met name in de buurt van Bordeaux is de lamproie een culinaire specialiteit. Omdat hij boordevol bloed zit als hij de rivier opkomt, wordt het vele bloed gebruikt om er een saus van te bereiden. De vis zelf wordt geroosterd op een vuurtje van wijngaardsnoeisel.







Lamproie à la bordelaise
Benodigd voor 6 personen: 1 lamprei van 1500 g, 1 fles stevige rode wijn, 2 kg prei, 6 gehakte slalotten, 6 kleine uien, 2 plakken gedroogde ham in linten gesneden, 2 gesneden wortelen, 3 teentjes fijngesneden knoflook, bouquet garni, 1 eetlepel bloem, 1 eetlepel maïzena, 1 theelepel poedersuiker, 1 bouillonblokje, 1 reep pure chocolade, 5 gewelde pruimen uit Agen, scheutje cognac, zout, peper, olie.

Van het bloed van de lamprei op. Snijd het monster (zonder kop) in stukken van 6 cm en laat die in de wijn marineren. Laat de sjalot, ui, ham, look, prei en wortel aanbakken in een pan. Voeg zodra het begint te bruinen de bloem toe en schud goed op. Voeg de suiker toe en laat carameliseren. Voeg de wijn van de marinade bij met het bouillonblokje, zout en peper en laat 45 minuten op een zacht vuurtje reduceren. Laat in deze saus de pruimen 15 minuten koken, voeg dan de vis toe en laat wederom 15minuten koken.
Doe de maïzena, de cognac en het bloed in een kom, samen met de gesmolten chocolade. Roer goed door en voeg aan de saus toe. Laat nog 10 minuten zachtjes pruttelen onder regelmatig roeren. Serveer met lekkere patatten.

vrijdag 1 april 2011

Lente

Het is nu nog lente in Saint-Pompon. Hoewel de natuur hier al een stuk verdert is dan in het noorden, dit omdat het 's middags al vlot boven de 20 graden wordt, is alles nog een beetje triest. Weldra gaat dat helemaal veranderen. Dat komt goed uit want ik heb me voorgenomen om binnen een paar weken weer die kant op te gaan.