dinsdag 31 juli 2012

BIBELOTS



De Nederlandse vertaling voor bibelots is zoiets als prullaria. Daar vallen alle dingen onder die geen enkel doel dienen. Ze zijn er om er te zijn, verdere ambities hebben ze niet. Als je op vide-greniers (rommelmarkten) rondwandelt en het aangeboden plastic kinderspeelgoed niet meetelt, zie je dat ongeveer 90% van de rotzooi uit bibelots bestaat. Al dat spul werd ooit door iemand gekocht. Vandaar dat ik de conclusie trek dat de mensheid een aanmerkelijk deel van zijn inkomen aan klinkklare rotzooi uitgeeft. Rotzooi die nergens toe dient en die vroeg of laat op de een of andere rommelmarkt belandt. Daar wordt dat spul gekocht door mij. Jawel, beste mensen, je wil niet weten wat voor rotzooi ik op rommelmarkten koop. Dat gebeurt zonder redenatie, zonder plan, wars van elke ratio. Waarom doe ik dat dan? Het antwoord is complex en voer voor psychologen. Vooral kom ik dingen tegen die mijn diepste herinneringen bovenhalen. Dat heb ik bijvoorbeeld met speelgoedtreintjes en speelgoedfornuisjes. Als klein kind had ik een electrisch treintje waarvan de rails door sinterklaas op een stuk hardboard waren geplakt. Urenlang kon ik op de grond liggen om naar het vinnige locomotiefje te kijken dat schijnbaar moeiteloos zeven wagonnetjes voorttrok, rondje voor rondje Ik droomde daar landschappen bij. Op een rommelmarkt kan dat warme onderbuikgevoel van toen ineens opduiken. Een treintje, hoewel nutteloos, kan ik daarom moeilijk laten staan. Met kinderfornuisjes van hetzelfde laken een pak. Op de kleuterschool mochten we elke woensdagochtend pannekoekjes bakken die dan in een stuk krant werden verpakt en die kleffe dingen trots naar moeder werden gebracht. Hoewel dat al bijna zestig jaar geleden is, hoor ik nog steeds het spetteren van het klontje boter en ruik ik nog steeds het esbitblokje dat de boel verwarmde en de bloem waarvan het beslag werd gemaakt. Pure nostalgie. U begrijpt dat ik op een rommelmarkt zo'n fornuisje niet kan laten staan, ook al heb ik er inmiddels al honderden die me in de weg staan. Een boer en boerin waarin vroeger drank heeft gezeten, een engeltje met tedere handjes, een trotse Jeanne d'Arc, een torsende Atlas, een lieflijk vaasje of een oude fles, ik kan er verdorie niet van afblijven. Dit tot grote vreugde van de brocanteurs die mij graag zien komen. Hun nobele beroep houd ik in stand, want na mijn dood zullen al die bibelots weer op de rommelmarkt verschijnen. L'histoire se repête toujours, de één zijn dood is de ander zijn brood...

zaterdag 28 juli 2012

Een zwembad maakt vrienden

Gelukkig is er na het onweer van gisterenavond wat verkoeling gekomen. Maar gisteren! Wat doe je als de buitentemperatuur met je lichaamstemperatuur wedijvert en zelfs het puffen vermoeiend is? De mensen duiken dan in hun zwembad. Zoals Bas in het volgende dorp, tussen het zetten van de tegels door. Maar ja, bij hoge zomertemperaturen heb je vooral een zwembad voor andere mensen. Hoe warmer het is, hoe meer vrienden je hebt. Die komen allemaal bij je op visite, zuipen je kelder leeg, maken een plasje in het water en zijn weer verdwenen zodra de zon ondergaat. Als je aan je zwembad moet werken, ben je meestal alleen, vrienden heb je dan niet meer. In ons vroegere huis in België hadden we een eigen binnenzwembad. Toen we na drie weken vakantie thuiskwamen, bleek de thermostaat bij onze afwezigheid stuk te zijn gegaan. Gevolg was dat veertig kuub water aan de kook was. Het heeft toen een maand of vijf geduurd vooraleer het bad voldoende was afgekoeld. Met alle vochtproblemen en de faktuur van de energiemaatschappij vandien. Carine en ik beslisten toen dat we nóóit meer een zwembad zouden aangeschaffen. Maar sinds we vorige week een ander huis met veel grond kochten, begint het toch weer te kriebelen. Stiekem heb ik al sites van zwembadleveranciers bezocht. Het zal er dus ondanks alles wel van komen.
Wat doen we zolang het gat nog niet gegraven is? We poetsen de auto's. Lekker spetteren en kliederen. Gisterenochtend was de mijne aan de beurt, 's middags gevolgd door die van Carine. Kijk, dat is het grote verschil met een zwembad: als je de auto poetst, heb je geen vrienden...

dinsdag 24 juli 2012

Nounounou

Nounounou, het was me weer een dagje wel. Eerst gingen we in alle vroegte op reportage bij een plaatselijke foie gras producent. Daarna moesten we meteen door richting Bergerac omdat Bas Holten een bbq hield. Dat was een symphatieke middag waarbij we ook onze oude vriend Willem Fijten ontmoetten die met zijn familie en tent door Frankrijk zwerft. Vervolgens weer snel naar huis, want morgen begint de jaarlijkse vide-grenier. Met schagen en oude deuren een winkeltje gebouwd en met veel gepuf de zolder leeggemaakt. Toen moest ik me nog aan de traditie houden en die wil dat ik jaarlijks enkele unieke stukken presenteer. Dit jaar heb ik die gevonden in een potje urine, in Austerlitz door Napoléon lui-même geproduceerd. En een niersteen van een Neandertaler, 120.000 jaar oud.

Ik was met dat alles nauwelijks klaar of er begonnen van alle kanten sirenes te loeien. Sirenes van helrood gekleurde brandweerwagens die telkens vrijwel pal voor onze deur kwamen bijtanken uit een rood ding dat in de grond staat en waar desgewenst heel veel water uitkomt. Het bleek dat net buiten ons dorp een houten chalet in de fik stond, midden in de brandbare bossen. De hele avond hebben de pompiers af en aan gereden om water te tanken, nu tegen middernacht zeggen ze alles onder controle te hebben. Hopelijk maken ze daarbij geen inschattingsfouten. Altijd weer moet ik de Fransen complimenteren over hun nooddiensten die tot de beste en meest accurate van Europa behoren.
Weet u wat? Ik ga naar bed. Mogenochtend rond half zes start het circus en ik wil er geen minuut van missen. Bezoekt u morgen (woensdag) de enorme rommelmarkt in Saint-Pompon en komt u bij onze familiestand, spreek dan gewoon het wachtwoord "citroen" uit. Indien wij u antwoorden met "komkommer" weet u dat wij uw signaal begrepen hebben, we trekken dan een flesje open of ik haal mijn kan ti'ponch uit de koeling. Tot morgen!

maandag 23 juli 2012

Overmorgen vide-grenier!


Hé la-bas, zeg nu niet dat ons lieve dorpje is ingeslapen, het barst van de activiteiten die speciaal voor u worden georganiseerd. Zelfs is er een speciale hightech full colour strooifolder gedrukt waarop één en ander vermeld staat. Op dit moment loopt een expositie van alle overjarige guppies die menen te kunnen of te moeten schilderen. Het is allemaal naïef en simpel, maar ja, dat dachten ze destijds van Van Gogh ook. Op 9 augustus komen alle oude motoren uit de schuren tevoorschijn, van 7 tot 9 september wordt de een of andere vergeten heilige op veel alcohol getracteerd, 13 oktober is de spannende dag van de lotto waarbij je een ham en een ezel kunt winnen, wat ze hier met Halloween bedoelen is me onbekend. Vervolgens vindt op 10 november het feestje plaats ter ere van de wijn en de kastanjes, een dag later wordt bij het oorlogsmonument het glas geheven en op 25 november hebben ze weer iets nieuws bedacht. Maar dit alles valt werkelijk in het niet bij de dingen die woensdag te gebeuren staan, overmorgen dus: de jaarlijkse vide-grenier. Vide is leeg en grenier betekent zolder. De zolders worden leeggehaald en iedereen mag die troep kopen. Carine, ik en de kleinkinderen Cleo en Doris hebben in ons eigen straatje 8 strekkende meter ruimte gehuurd, waarvoor we reeds 9 euro betaalden. We hebben namelijk altijd te veel rotzooi en altijd te weinig geld. Op zo'n dag probeer je het tij te keren. Tot nu toe is dat altijd jammerlijk mislukt, want ik koop op de vide-grenier altijd meer rotzooi dan dat ik verkoop. Karma.
Nu blijft het voor ons jaarlijks niet bij de voormelde 9 euro. Omdat ze weten dat wij ondernemers zijn, worden we geacht om als hoofdsponsor op te treden. Dat vragen ze jaarlijks aan twaalf mensen en die durven geen nee te zeggen. Als dank voor je sponsorgeld vermeldt men je logo op alles wat los en vast zit. De kosten van een hoofdsponsorship? 35 euro per jaar.
Nog twee nachtjes slapen en het is zover! Dan worden alle straatjes van het dorp omgetoverd tot een Waterlooplein. U komt toch ook?

zondag 22 juli 2012

Volgersverwaarlozing

De laatste dagen heb ik deze blog, dus ook mijn trouwe volgers, volledig verwaarloosd. Als excuus zal ik proberen om op omfloerste wijze de reden aan te geven.
Het begon allemaal een dikke week geleden toe ik hoorde dat dat enorme huis bij ons in de buurt nog niet de helft kostte van wat ik altijd had gedacht. Een gigantische originele périgourdine met een nieuw dak, centraal verwarmd, met een overdekt terras (voormalige tabaksdrogerij) van 10 op 5 meter, met 2 garages, met een kelder van 5 op 7 meter, met een tuin van 2.000 meter, met een enzovoort, plotseling besefte ik dat dit projekt voor ons helemaal niet onbereikbaar hoefde zijn toen ik de vraagprijs hoorde.

De zwaarste dagen kwamen daarna, want Carine moest worden overtuigd en zij staat bij mij bekend als Madame Non. Zoals ik had verwacht, was haar direkte antwoord inderdaad Non. Maar ik moest en ik zou! Stiekem zette ik de forge (ons tweede huis in Saint-Pompon) een beetje te koop op deze blog. Bovendien, met Ille kreeg ik een handlanger die Carine met veel overredingskracht overtuigde. En toen geschiedde het wonder: Binnen de 24 uur had ik al een bod van een Engelse dame en binnen drie dagen was de forge verkocht, overigens niet aan de Engelse. Het werd dus tijd om handtekeningen te zetten en om opmetingen te doen. Carine en ik waren een volle dag bezig met meetlint, papier en potlood. Vervolgens moest alles nauwkeurig op papier en tekende ik het electriciteitsplan, het waterplan en de keuken. Daar ben ik nu mee klaar, zoals u op bijgaande prentjes ziet. Ik heb dus allesbehalve stilgezeten en hoop dat u mijn excuus aanvaardt.
In Saint-Pompon is àlles aanleiding voor een feestje, de mensen leven met elkaar mee. Op het moment dat wij opmetingen deden, was restaurateur Bruno al bezig met het vullen van een speenvarken. Dat onfortuinlijke dier werd later genuttigd, begeleid door overvloedige alcohol.


Ik sta dus weer klaar om mijn bleu aan te trekken. Eerst moet ik de forge leeghalen en daarna ga ik overbodige muren slopen. We krijgen een living met een mooie haardpartij, een slaapkamer met uitzicht naar twee kanten, een ruime badkamer met inloopdouche, een hemelse woonkeuken die uitgeeft op zowel het terras als het overdekte terras, een hobbykamer voor Carine, een bureau met een groot houtvuur voor mij, een autonoom gastenappartement, een wijnkelder en een garage waarvoor ik een lelijke eend wil kopen.

De "tuin" is een wildernis, maar ook dat zal veranderen. De boomgaard van 15 notenbomen zal straks een zwembad flankeren. Zoals u eerder al van me gewend was, zal ik u ferm op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
En dan was er vanochtend plotseling een nieuwe ontwikkeling. Wijnboer Christian kwam bij ons langs om een partijtje verse haricots verts en nieuwe aardappeltjes te brengen. Hij legde me terloops uit dat het huis, ons nieuwe projekt, heel lang geleden in zijn familie was geweest. Zijn voorvader had authentieke, op perkament geschreven noratiële aktes gevonden uit de zestiende eeuw waarin het huis wordt gekocht. Christian wil er nu voor zorgen dat ik die actes in handen krijg!

U ziet, een mens moet zijn dromen nooit opgeven. Nooit! Als je dat doet, ben je verloren.
Trouwens, waarom zo'n groot huis terwijl we in Saint-Pompon al een mooi huis hebben? Dat weet ik ook niet helemaal precies. Of eigenlijk toch wel. Ik ben nu 62 en kan er dus fysiek nog volop tegenaan met een verbouwing. Maar zal ik dat straks nog kunnen? Ik voel het dus als mijn laatste kans. Er komt een dag dat ik de uitgeverij vaarwel zal zeggen. Als ik dan kan terugkijken op de ultieme verbouwing en kan rondlopen in en rond het ultieme huis, dan heb ik in het leven meer bereikt dan ik ooit kon dromen...

zaterdag 14 juli 2012

Ruimte voor duizend fornuisjes

De opwarming van de aarde zet zich verder door. Op de quatorze juillet stapten we vanochtend in de auto met zowel de kachel als de stoelverwarming in hun hoogste stand. Na een kwartiertje begon de kou uit onze karkassen te stromen. We waren in de auto om diverse rommelmarkten te doen. Eerst naar de jaarlijkse brocantemarkt van Gourdon en vervolgens naar een stuk of vier dorpen op het kalkplateau van Quercy. De buit van de dag was niet groot maar wel razend interessant.
Op ons redactiecentrum in Schilde heb ik in de wand tussen de keukenzaal en de redactie een hele rij vitrines ingebouwd. Daarin hangen circa 80 verschillende slagroomkloppers te pronken. Ze stammen uit de periode 1800 tot 1960 en geven een mooie indruk van de evoluties in de industriële archeologie. In Saint-Pompon hangen er in de keuken ook een stuk of 20, gewoon voor de grap. Het komt tegenwoordig bijna niet meer voor dat we een model vinden dat we nog niet hadden. Maar vandaag vonden we maar liefst twee stuks en waren daar heel blij om.


Daarnaast konden we onze afdeling speelgoedfornuisjes uitbreiden met een uniek electrisch modelletje uit de jaren vijftig. Ik heb ze recentelijk niet geteld, maar de collectie zal nu ongeveer 250 stuks bedragen. Door plaatsgebrek staan ze in de kelder opgeslagen in kratten en dat is eigenlijk wel jammer. We verwachten echter dat we straks meer dan genoeg plaats zullen hebben voor duizend fornuisjes zodra ons nieuwe project klaar is. Wat die nieuwe uitdaging is, ziet u op onderstaande foto. Een enorme perigordine aan de rand van ons dorp... Het grappige is dat het bos op de achtergrond al in ons bezit was. Dat truffelgebiedje kregen we destijds onverwacht gratis bij de aankoop van ons eerste huis.


Dit wil meteen zeggen dat onze gerestaureerde forge (zie eerder deze week) definitief te koop staat.

donderdag 12 juli 2012

De punt van de wandelstok

Als kind was ik altijd een beetje tegendraads en deed graag precies het tegenovergestelde van wat me gevraagd werd. Dat komt, zo blijkt achteraf, omdat de ontvangen autoritaire opvoeding geen ruimte liet voor motivatie. Zoals in het leger: Niet lullen, putje graven. Als je een putje moet graven en je begrijpt waarom, ja dan graaf je wel.
Vandaag hebben we een stevige wandeling gemaakt. We gingen wijn halen bij Maman Laplanche die bovenop de berg woont. Voor het eerst had ik mijn nieuwe wandelstok bij me, waar ik aanvankelijk uit onwennigheid ferm mee zwaaide. Na elkele honderden meters had ik de ritmische beweging echter volledig te pakken en werd ik voor omstanders een stuk minder gevaarlijk. Eerst gingen we dus bergop. Omdat me vroeger werd voorgehouden dat ik links van de weg moest lopen, liep ik uiteraard rechts. Op de terugweg richting dal was er een moment van onoplettendheid, onbewust ging ik aan de linkerkant van de weg wandelen. En plotseling wist ik waarom ik dat voortaan altijd moet doen, ik ontdekte namelijk de motivatie ervan. Want let op. Door aan de linkerkant van de weg te lopen en je wandelstok in de linkerhand te houden, wordt het ineens een stuk rustiger. De wandelstok, die op de heenweg steeds een hinderlijke tik gaf telkens als hij het asfalt raakte, gaf geen kik meer. Door links van de weg te lopen kwam de wandelstokpunt voortaan in het gras van de berm terecht, hetgeen hooguit met een licht geruis gepaard ging. Het was verdorie een hele openbaring. Had men mij dat als kind verteld, zou ik zeker gehoorzaam zijn geweest.


woensdag 11 juli 2012

Huis te koop?

Gaan we één van onze huizen verkopen? Ik zal u uitleggen waarom ik mezelf die vraag stel. De afgelopen twaalf jaar heb ik in mijn dorpje in de Périgord vrijwel niet anders gedaan dan restaureren en verbouwen. Ik begon aan een 14e eeuwse ruïne en maakte er in zes jaar tijd een droompaleisje van. Toen ik er mee klaar was, had ik de smaak dermate te pakken dat ik nóg zo'n ruïne kocht: de oude dorpssmederij. Deze bleek een smidse-vloer uit de Gallo-Romeinse tijd te hebben, dus is veel ouder dan ik had gedacht. Alweer ben ik zes jaar bezig geweest. De prachtige houten plafonds onder de kalk vandaan toveren, maandenlang muren afbikken om de natuursteen weer zichtbaar te maken, verstopte buitendeuren in ere herstellen, de volledige electra vernieuwen, enzovoort. De living kreeg een dikke parketvloer van kastanje, er kwam een nieuwe open keuken die van alle gemakken is voorzien, de twee slaapkamers werden echte juwelen en de badkamer is van het type nog-nooit-gezien. Absurd groot, met tweepersoons bubbelbad en met een douchecabine die met een druk op de knop stoomcabine wordt. De achtertuin werd opnieuw aangelegd, met zowel een open als overdekt terrasje en een grasmat. Gisteren zijn we planten gaan kopen voor het voortuintje dat we vandaag gaan inrichten. Het is kortom alweer een droompaleis geworden.
Maar nu zit ik met een levensgroot probleem. In de loop van die twaalf jaar ben ik dermate aan het restaureren verslaafd geraakt dat ik de kriebels blijf hebben. Vandaar dat ik overweeg om de "forge" (voormalige smederij) te verkopen om van de opbrengst weer een ruïne te kopen. Als ik onze enkele duizenden uren niet reken en alleen de aanvangsinvestering plus materialen tel, kom ik op een bedrag van 165.000 euro. Als u een bod wilt doen, het mag. norbert@saisonnier.net

dinsdag 10 juli 2012

Zoekt u handel?

De Benelux en Zuid-Frankrijk zijn volstrekt andere gebieden met andere accenten. Met die stelling trap ik uiteraard een open deur in. Maar wat moeten we ermee? Moeten niets, maar kunnen veel. Ik duik even terug in de geschiedenis, minstens 20 jaar terug, de tijd dat ik nog een ander leven en ander beroep had. Met Heidemij bezocht ik Noord-Oost Frankrijk, de streek in de buurt van Nancy. Daar waren zeer veel Nederlandse boeren neergestreken om er een nieuw bedrijf op te starten. We bezochten diverse boeren en hadden intensieve gesprekken. Wat bleek? De boeren, die meestal het materieel van hun vroegere bedrijf naar Frankrijk hadden overgebracht, beschikten in Frankrijk niet over reserveonderdelen. Dat ging allemaal heel moeizaam want open grenzen bestonden toen nog niet. Weet u wat er is geworden van degene die zich op ons aangeven in die markt stortte? Hij werd stinkend rijk. Reserveonderdelen voor Nederlandse machines in Frankrijk, de blije boeren stonden ervoor in de rij.
Het is nu minstens 20 jaar later. De wereld is veranderd, we betalen allemaal met de euro en de grenzen zijn open. Je zou denken dat daarmee ook de verschillen voorbij zijn? Mis! Een voorbeeldje. In het noorden betalen wij voor een geranium 80 cent, in Frankrijk € 8,50. Een bosje tulpen waarvoor we in Amsterdam 5 euro betalen, kost hier 24 euro. Kortom, wil iemand in Frankrijk een nieuw leven beginnen en hij weet niet waarmee, dan roep ik: bloemen en planten.
Een vriend van me, Jan van Grinsven, is de kasteelheer van Château Les Merles, een droomparadijs in de buurt van Bergerac met een enorme golfbaan, zwembad, hotelaccomodatie en 2 restaurants. Zo'n luxe bedrijf heeft heel veel bloemen nodig en in Frankrijk is dat niet te betalen, afgezien nog van de belabberde, verlepte kwaliteit. Wat deed Jan? Hij regelde dat er voortaan wekelijks een koelwagen passeert die op weg naar Spanje is. Jan betaalt voor zijn bloemen en planten de Nederlandse prijzen plus een kleine opslag voor het transport. In Château Les Merles staan daarom altijd volop prachtige verse bloemen in de vazen, iets waar de Fransen ohh en ahh tegen zeggen.
Wilt u ergens in Frankrijk goed de kost verdienen en de Fransen ook nog eens ohh en ahh laten zeggen, dat is het de moeite waard om een handeltje in Nederlandse bloemen en planten te bestuderen. Mocht u daarmee rijk worden dan zie ik graag een vrijblijvend percentage op mijn bankrekening gestort...

Tuinbonensoep


De moderne consument is het allang vergeten om met de seizoenen te leven. Aardbeien met kerstmis, we staan er al niet meer bij stil. In de Franse binnenlanden is dat anders, daar eten de mensen vooral wat de natuur op het moment biedt. Logisch, want in zijn seizoen is elke groente het goedkoopst én het lekkerst. Op dit moment is het hooitijd rond Saint-Pompon. Met de moderne machines is dat een werkje waarbij de boer op zijn luie kont in de tractor zit, vijftig jaar geleden nog was het hooien voor het boerengezin de zwaarste arbeid van het jaar. Maaien met de zeis, opbinden met de sikkel, in de kar laden, thuis naar de hooizolder brengen, het vergde veel energie. Dus was ook voeding met veel energie nodig. Die werd gevonden in de tuinbonen die op hetzelfde moment rijp zijn. Mémé (oma) ontfermde zich hierover en maakte er een soep van die door de werkers drie- tot viermaal daags werd gegeten. ondanks de moderne oogstmachines bestaat de soeptraditie nog steeds, begin juli staat er bij de boeren steevast tuinbonensoep op het menu. De soep is niet moeilijk om te maken en lijkt een beetje op de noordelijke erwtensoep. Hier is het recept.

Tuinbonensoep

Benodigd: 1 kilo gedopte tuinbonen, 3 plakken gerookt spek van 1 cm dik, 2 uien, 2 tenen knoflook, 1,5 soeplepel eendenvet, peper, zout.

Zet de gesnipperde uien aan in eendenvet zonder kleuren, zet vervolgens de bonen met de gesnipperde knoflook erbij aan, vul de pan aan met water tot de bonen onderstaan en laat 45 minuten koken. Haal het spek eruit, snijd in dobbelsteentjes en bak ze in een droge pan. Pureer de soep heel fijn met de staafmixer en voeg daarna de spekblokjes toe. Deglaceer de spekplan met een beetje water en voeg dat vocht aan de soep toe. Breng verder op smaak met peper en eventueel wat zout.

Chabrol
Zo noemen de boeren hun gewoonte om het laatste restje soep in hun bord te vermengen met rode wijn en dit naar binnen te slurpen. Geloof me, de combinatie van tuinbonensoep en rode wijn geeft de lekkerste chabrol die ik ooit proefde. Het is de ultieme foodpairing avant la lettre.

vrijdag 29 juni 2012

Verwaarlozing

Deze week is mijn pomponblog aan hevige verwaarlozing onderhevig, maar dat heeft zijn reden. Tekst en uitleg ziet u op mijn andere blog http://norbertkoreman.blogspot.com/

maandag 25 juni 2012

Waar ben ik?

Het is nu twee uur in de nacht. Zojuist ben ik op handen en voeten thuisgekomen. Dronken? Nee allesbehalve, het was zo donker. Schilder Herdin is weer in het dorp gearriveerd, we hadden heel veel bij te praten. Voor ik het wist ging de "stadsverlichting" uit. Dat wil zeggen dat het dan volstrekt, maar dan ook volstrekt donker is. Je ziet werkelijk nul komma nul en in een middeleeuwse omgeving is het dan niet logisch om je weg te zoeken. De situatie in gedachten hebbend, denk je: na zoveel passen moet ik links. Fout, want je bent dan al tegen een muur geknald. Hier moet ongeveer mijn poortje zijn? Zoeken met de handen vooruitgestoken. Je voelt iets van hout. Nee, mijn poortje is van ijzer. Zou ik misschien de garagedeur gevoeld hebben? Dan vier passen naar rechts. Zit ik met mijn poten in een hevig prikkende rozenstruik. Aha, nu weet ik het. Het poortje bevindt zich tussen de garagedeur en de rozenstruik. Weer enkele pasjes naar links dus. Daar voel ik een blinde muur en die past helemaal niet in mijn belevingswereld. Even aan de grond voelen. Dat lijkt op asfalt en in ons straatje is sinds vier jaar geen asfalt meer. Waar ben ik? Verder op de tast. Als ik me nu 180 graden omdraai, waar kom ik dan terecht? Pasje voor pasje, de handen als een slaapwandelaar uit een stripboekje vooruit gestoken, ga ik voorwaarts, tot ik in een grote struik terecht kom. Eentje die niet pikt. Waar ben ik in hemelsnaam? In een ander dorp? Op een andere planeet? Dan draai ik 90 graden naar links en vervolgens 180 graden naar rechts. Kom ik weer bij die nietpikkende struik uit. Is het eigenlijk wel een struik? Enzovoort. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, heb ik het uiteindelijk toch nog gered. Ik brak mijn nek namelijk over mijn eigen antieke motorfiets die in de buurt van het poortje staat geparkeerd. Ik heb het uiteindelijk gered want anders had ik mijn laptop niet kunnen vinden. Maar vraag niet hoe.
Elke keer als ik 's avonds bij klaarlichte dag het pand verlaat, moet ik er rekening mee houden dat ik mijn eigen buitenlamp ontsteek. Zonder ogen zijn we helemaal ontmand. Maar soms vergeet je dat uit pure arrogantie.

zaterdag 23 juni 2012

Voorrbereidingen feestelijkheden

Op het dorpspleintje zijn de voorbereidingen in volle gang, voor het eerst dit seizoen zal vanavond de Marché Gourmande plaatsvinden, het preuvenement van Saint-Pompon. Gedurende de hele zomer zal dat elke zaterdagavond te doen zijn. Dit is echt iets om mee te maken. Dorpelingen, boeren en handelaren uit de buurt stellen zich op met een marktkraampje of  bestelauto en bieden allerlei lekkers aan. Iedereen heeft zijn eigen specialiteit. Een kleine opsomming van wat ik me van vorig jaar herinner: oesters, gekookte mosselen, gebakken mosselen, omeletten met diverse paddestoelsoorten, paëlla, droge worsten, soep, taarten en taartjes, vlees, kazen en kaasjes, bier, salades, ijs, overzeese hapkes, Viëtnamese specialiteitjes, halve haan met frites, pizza, bbq, wijn en nog veel meer. Overal staan tafels en houten banken opgesteld, je moet gewoon gezellig aanschuiven. Neem je eigen borden, bestek en glazen mee en geniet voor weinig geld. Doe geen moeite om met flessen wijn te zeulen, wijn heb je hier al voor een paar euro per liter.
Meestal is er ook (amateuristische) live muziek bij, er is zelfs een nieuw dansvloertje getimmerd. Dit gaat tot in de kleine uurtjes door, elke zaterdag dus.
Het is op dit moment qua toerisme nog redelijk rustig, maar dat zal binnenkort veranderen als de campings volstromen. Dan wordt het op de marché gourmand een drukte van belang. Welkom, zou ik zeggen.

Afkickverschijnselen

Het is bij tijd en wijle lastig om er twee blogs op na te houden. Vandaar dat ik af en toe even wissel. Op mijn andere blog http://norbertkoreman.blogspot.com/ heb ik het vandaag over de afkickverschijnselen die ik telkens de eerste week in Saint-Pompon ondervind. Ze zijn niet leuk, maar ze zijn als de griepprik: je moet er even door.

donderdag 21 juni 2012

Een tipje van de sluier


Ik beloofde u een tipje van de sluier op te lichten van mijn aanstaande boek "Groeten uit de Périgord". Op de foto ziet u de kladuitdraai die ik momenteel aan het corrigeren ben. Ik begin het boek met een fotocollage van een aantal pagina's en laat vervolgens de seizoenen één voor één tevoorschijn komen. Elk seizoen barst van de onderwerpen, van de hak op de tak. Daarbij komen alle wetenswaardigheden aan bod die ik in en rond mijn dorpje kan vinden. Vaak gaat het direct of indirect over eten en drinken, de mensen in de Périgord zijn daar de hele dag mee bezig. Ook laat ik de gastronomie aan bod komen, met reportages in alle restaurants van de regio die bij Les Amis Saisonnier zijn aangesloten: Le Gabarrier (Robert Besse), Le Vieux Logis (Vincent Arnould), Château Les Merles (Darius Belvès) en Le Gindreau (Alexis Pélissou). Maar ook de eenvoudige oergastronomie komt aan bod. Veel pagina's zijn gereserveerd voor het zwarte goud, de Périgord truffel.

Het gaat een luxe boek worden met hardcover, in een iets groter formaat dan A4, maar liefst 176 pagina's dik, en zal verschijnen in het Nederlands en in het Frans. Wellicht later ook in het Engels. Ergens in het najaar zal de presentatie plaatsvinden, waarvoor ik de genoemde Franse chefs naar het noorden laat komen met hun foie gras en truffels. Want van lullige hapjes bij zo'n presentatie houd ik niet.

Het boek gaat € 29 plus verzending kosten. Bij voorintekening betaalt u € 24 inclusief verzending. U kunt nu al voorintekenen via martine@saisonnier.net

dinsdag 19 juni 2012

Chez Buffard

Twee, drie jaar lang heb ik gezeurd omdat ik het wilde kopen. Carine bleef hardnekkig nee zeggen, helaas, ik heb haar handtekening nodig. Ik bedoel het pand dat midden in ons dorp staat en om zeer ingewikkelde redenen Chez Buffard (zal ik in mijn boek uitleggen) noemt. De begane grond was vroeger een winkel, op de eerste etage zijn maar liefst 8 grote kamers die elk hun eigen cheminée hebben. Ook de tweede etage biedt veel mogelijkheden, althans als er een dak op zou zitten. Een brand verwoestte het dak. Dit enorme pand met zijn binnentuin en dépendances, ter grootte van een kasteel, kon ik kopen voor € 90.000. Stiekem had ik een offerte gevraagd voor een nieuw dak, kosten € 60.000 all in. Voor dat totaalbedragje heb je in België of Nederland niet eens een éénkamerstudiootje. Enfin, Carine bleef nee zeggen en de tijd kroop voort. Het pand is nu gekocht door een voormalig restaurateur uit Les Landes. Sinds vorige week zijn er veel timmerlieden aan het werk. Volgens het bord op de muur gaat het Le Clos Mandalou heten, een combinatie van table d'hôtes en chambres d'hôtes de charme. Het zal volgende lente openen en een verrijking van het dorp betekenen, bovendien zullen de vier enge kale dreigende schoorstenen uit het straatbeeld verdwijnen. Gelukkig maar. Hoewel ik voor de rest van mijn leven een beetje wrok zal hebben, omdat ik dezelfde plannen had.
Er is nog meer nieuws: in de Mandalou stroomt water! Niet veel, maar het stroomt. Is het seizoen dan zo nat? Nee, het heeft denk ik een andere reden. Ik vertelde u vorig jaar al hoe de tabaksplantages hier altijd floreerden. Europa heeft nu de subsidiekraan dichtgedraaid, de overgangstermijn liep begin dit jaar af. Zodoende dat er bijna geen boeren meer met tabak bezig zijn. De tabeksplant heeft enorm veel water nodig en de boeren pompten het illegaal uit elk beekje. Dat is nu afgelopen, de pompen zijn weggehaald. Dus kan er weer water door ons dorpje stromen.

zondag 17 juni 2012

De Franse slag

Bij ons andere huis, 50 meter verder, hebben we een mooie tuin die vorig jaar nog verwilderd was. Ik wilde er graag een mooie pélouse (gazon) in hebben, maar dan moet je ook altijd ter plaatse zijn. Behalve als iemand het gras voor je wil maaien. Gelukkig kon ik een deal sluiten met ebeniste (timmerman) Frédéric. We spraken een vast maandbedrag af, ik was contant (tevreden) en legde vorige été (zomer) een nieuwe grasmat aan. Het was wel jammer toen in de herfst bleek dat Frédéric er niets aan had gedaan. Hij had er een verklaring voor: nieuw gras moet je even met rust laten. Toen we in de winter weer terugkwamen, bleek dat Frédéric niets had gedaan. Hij had daar een verklaring voor: in de winter is het niet goed om te maaien. De lente dan. Toen was te zien dat het gras enkele uren voor onze aankomst was gemaaid. Vermoedelijk voor de eerste keer. En nu is het dan zomer. Gisteren is hij in allerijl het gras gaan maaien, zonder mij iets te zeggen. Vermoedelijk voor de eerste keer. De grasmat is volledig verprutst, het is gewoon een gemaaide wildernis, precies zoals het vroeger was.
Plotseling stond onze vriend Frédéric aan de deur met een onschuldige glimlach en een kist verse champignons. Hij excuseerde zich duizend maal, hij had helemaal geen tijd gehad. Logisch want via mijn bemiddeling heeft hij een nieuwe klant gekregen. Als een Fransman een nieuwe klant krijgt, laat hij de rest van de wereld vallen. Ik had het moeten weten. Wat ga ik nu in hemelsnaam met die knaap doen? Lynchen? De guillotine? Z'n ballen afsnijden? Lanzaam verzuipen? Ze strot afsnijden? Dan komt er weer een nieuwe Frédéric en die zal geen haar beter zijn. Ze doen alles met de Franse slag.
Nu is hij niet de enige. Toen ik gisteren de hoofdkraan van de waterleiding openzette, plonste en spatte het van alle kanten. De plombier (loodgieter) die in de lente de reparaties van de vorstschade uitvoerde, had kennelijk alles met de Franse slag gedaan. Daar zit ik dan, met een overstroomde garage en alweer zoals in de lente geen druppel water. Met de Franse slag, voor degenen die het nog niet weten, wil zeggen dat je je er met een jantjevanleiden van af maakt. Dat gaat in Frankrijk niet sneller, nee het duurt net zo lang of misschien langer, maar dan anders.
Ik heb het inmiddels helemaal gehad met die Fransozen. Vroeger kwamen ze met tromgeroffel in de lage landen vrijheid, gelijkheid en broederschap brengen. Inmiddels weet ik wat ze daarmee bedoelen. Ik denk dat ik een Engelsman gaan zoeken. Die zijn hier in overvloed en sinds de crisis willen ze allemaal werken. Gelukkig is het crisis zodat wellicht mijn crisis voorbij kan zijn.

Naar een ontwerp van Anton Pieck

Telkens, elke dag zelfs, verbaas ik me over het uitzicht dat we vanuit onze woonkamer hebben. Geen wijds vergezicht, geen bosrand en geen strand met zee. Nee, ons uitzicht werd door Anton Pieck ontworpen en toen door diverse architekten en vele honderden handarbeiders uitgevoerd. Ze deden er heel lang over, zelfs wel duizend jaar, dit omdat Pieck heel veel onmogelijke details in gedachten had. Moeder Natuur was zo blij met het resultaat dat ze er spontaan de mooiste bloemen bij zette. Vermoedelijk had Anton Pieck dat ook zo bedoeld. Degene die vroeger ons huis bouwde, plaatste op de juiste plek een raam. Alleen een vergulde schilderijlijst ontbreekt nog. Daar moet ik eens naar op zoek...

zaterdag 16 juni 2012

Getallen

De reis naar het zuiden was vandaag geen onverdeeld genoegen, het regende dat het goot, van Antwerpen tot Limoges. In Parijs was zelfs een stukje pheripherique afgezet wegens wateroverlast. Hier en daar ging het stapvoets, negen uur lang de ruitenwissers in de hoogste stand, daar wordt elk mens zot van. Behalve de zotten, die zijn het al. En toen, Limoges voorbij, zag ik in de verte blauwe luchten! Plotseling, van de ene minuut op de andere, was het landschap kurkdroog en steeg de temperatuur met 10 graden. Toen ik eenmaal in Saint-Pompon arriveerde, leek het alweer heel lang geleden dat ik ooit regen had gezien. Zo gaat dat richting zuiden nu eenmaal.
Traditioneel vertel ik u zo'n eerste dag de nieuwtjes die ik verneem. Er zijn geen dooien te betreuren, dat is al positief. Ons rozenstruikje dat Carine plantte, draagt nu kilo's bloemen, het struikje is inmiddels 7,6 meter hoog, dat heb ik opgemeten.

Vervolgens ging ik naar het pleintje en daar kwam ik een merkwaardig Frans individu tegen ter grootte van Louis de Funes, behangen met enkele gouden kettingen. Hij gaf met een royale stevige hand zonder zijn naam te noemen en vertelde dat hij 67 jaar oud was. Of ik een pintje lustte. Nou vooruit dan. Die Chevrolet is van u hè? Zo begon het gesprek. Ik heb ook een Chevrolet, zei hij, maar dan met 12 cylinders. Ja, zei ik, dat is misschien dezelfde als mijn andere Chevy want die heeft er ook 12. U hebt 2 Chevrolets? Ik heb er 4, zei hij. Ik begon het best wel amusant te vinden en moest denken aan het wagenpark van onze uitgeverij. Dus vertelde ik dat ik 14 auto's heb. Zou hij daar niet tegenop kunnen? Integendeel, hij bleek 20 auto's te hebben. Hij legde uit dat hij een grote ondernemer was geweest en de boel had verkocht. Maar alle winkels heb ik overgehouden, zei hij, inclusief auto's. Hij vervolgde met: Mijn grootste Chevrolet is bijna 8 meter lang en 3 meter breed. Nou, dan heb ik inderdaad maar een kleintje.
Gouden kettingen, Louis de Funes, 20 auto's, waaronder 40 Chevrolets van 12 meter lang en met 16 tot 32 cylinders, de boel verkocht, alle winkels behouden, eigenlijk verbaasde me dat niet, want in Saint-Pompon hebben meerdere rijken hun tweede huis. Denk maar aan André Rieu of de chocolademeneer Van Houten bijvoorbeeld.
Maar ineens moest ik schrikken toen het mannetje kordaat het café instapte, achter de toog ging en voor mij een glas bier ging tappen. Toen kwam de aap uit de mouw. Deze Louis de Funes wil van Bruno het café overnemen. In de tussentijd werkt hij er 20 uur per week.
Kijk, dat vind ik uniek. 70 gouden kettingen, 102 Chevrolets van 70 meter lang met 68 tot 98 cylinders, de zaak verkocht maar alle 495 winkels overgehouden, 67 jaar oud en dan 20 uur per week achter de toog gaan staan. Dàt noem ik pas klasse! Dus gaf ik hem een stevige handdruk en ben toen naar huis gegaan. Zijn werktijd zat erop, dus ging hij naar de camping. Vermoedelijk zal hij een tent hebben van 173 meter hoog met 17 puntdaken en 43 ingangen. Daar kan ik niet tegenop. Maar ja, ik heb dan ook geen baan van 20 uur.

donderdag 14 juni 2012

Naar Saint-Pompon per boot?

Een bootbezitter, iemand die ook alle vakanties met zijn zeewaardig zeilschip op pad gaat, vroeg me ooit of hij per boot in Saint-Pompon kon geraken. Dat vond ik best wel komisch, dus begon ik een heel serieus antwoord te formuleren. Vanuit de Noordzee ga je richting zuiden en passeert het Kanaal. Vervolgens omzeil je Normandië en Bretagne en kom je in de Golf van Biskaje (letterlijk de Golf van Baskenland) terecht. Daar zoek je de monding van de Gironde op. Je vaart deze brede stroom op tot Bordeaux. Daar neem je de Dordogne. Vaar gewoon door tot de brug van Castelnaud-la-Chapelle en ga direct na die brug rechtsaf, de Céou op. Attentie in Daglan, sla hier af en ga de Lousse op. Na een kilometer of zes kom je Saint-Pompon binnen. Vaar hier meteen de Mandalou op. Al na zestig meter, net voor het derde bruggetje, meer je in het haventje aan.
De bootbezittende vriend had al die tijd aandachtig geluisterd en nauwkeurige notities gemaakt. Ergens in juli zou hij in het haventje verschijnen, beloofde hij, onderweg zou hij alvast een seintje geven.
Is hij er ooit geraakt? Bij mijn weten niet. Totaan Bordeaux zou de reis nog wel lukken. Maar dan.
Vroeger zeilden er veel vrachtschepen op de Dordogne om vaten wijn, kastanjes en noten te transporteren. Het waren platbodems die men Gabarres noemt, een schipper op zo'n ding heette een Gabarrier. De rivier is op veel plaatsen niet dieper dan 30 cm, een platbodem is dan geen luxe. Maar er zijn ook stukken met nog geen 10 cm water. Het hele schippersgezin werd dan ingespannen om de boot verder te trekken. Maar stel dat je dit alles zou doen om bij de brug van Castelnaud te raken, de rest van de tocht kun je niet eens met een kano bepeddelen. In de Céou en de Lousse is precies genoeg ruimte om er waterkreeftjes te laten bewegen. En in de Mandalou, die ons dorpje in tweeën snijdt, staat minimaal negen maanden per jaar geen druppel water. De haven van Saint-Pompon is een platte steen. Nee, dan toch maar liever met de auto. Of per vliegtuig zoals tegenwoordig veel mensen doen. Het is van Charleroi naar Bergerac nog geen uurtje vliegen en soms kost die reis nauwelijks 20 euro. Daar kan je met een zeilboot niet tegenop.

Een gerestaureerde gabarre

maandag 11 juni 2012

Parijs' poldergups

De arrogantie waarmee de Fransozen in het leven staan, is spreekwoordelijk. Een mooi voorbeeld daarvan zien we op de radiozender van de péages. Deze 107.7 is een zender die vooral verkeersinformatie geeft en dat is geen luxe voor mensen die nog duizend kilometer voor de boeg hebben. In de zomerperiode zijn de wegen gevuld met buitenlanders, maar denk nu niet dat de Fransen daaraan denken. Nee, de informatie wordt (bijna) uitsluitend in het Frans gegeven. In zeer rad Frans; in Parijs' Frans. Ze gaan er automatisch dat de hele wereld die taal tot in de puntjes beheerst. Zo niet, dan heb je pech gehad. Die arrogantie geldt voor àlle niveau's. Kampioenen zijn de Parijzenaars, want zoals de Fransen buitenlanders minderwaardig vinden, zo vinden ze in Parijs de rest van Frankrijk minderwaardig. Het woord "province" wordt door hen dan ook zeer minachtend uitgesproken. Tegenwoordig heeft dat "provincuhh". Met de nadruk op de i.
Vroeger werd er in Parijs Parijs' gesproken en in Lyon Lyons. Dat was een logische gang van zaken, doch is anno 2012 allemaal veranderd. Waar je ook bent, in de grootste stad tot in het diepste platteland, vrijwel iedereen spreekt voortaan Parijs'. Dat hebben ze allemaal van de televisie geleerd. Het begon een jaar of tien geleden heel voorzichtig met "bonjour-uhhh", tegenwoordig zijn hele gesprekken zo. "comment allez-vous-uhhh", zegt de een. "Très bien-uhhh", antwoordt de ander. Tegen mij zggen ze "Norbèruhhh". Is dat Parijs'? Welnee, de tv heeft er dat van gemaakt. Denk niet dat u met uw middelbare-school-Frans nog ver zult geraken, nee, u moet dringend Parijs' gaan leren.
Ach, eigenlijk is dat in Nederland precies hetzelfde. Daar wordt ook nog maar één taal gesproken, namelijk het poldergups. Mijn kleindochtertjes zijn echte Brabanders, ze wonen in Den Bosch. Ze zeggen niet "Ja hoor", maar "Ja hooj". Dat hebben ze van de tv geleerd.
En zo verloedert de wereld met rasse schreden. Als het aan Europa ligt, kan het niet snel genoeg gaan.

zondag 10 juni 2012

Décapotable

Ik had oorspronkelijk gepland om gisteren naar Saint-Pompon te vertrekken, maar helaas drukdruk. Morgen heb ik nog een aantal topchefs, patissiers en fooddesigners over de vloer voor een denktank, dinsdag rmoeten nog enkele teksten en de laatste stukjes eindredactie de deur uit en dan ben ik klaar. Gelukkig want de heimwee naar mijn dorpje was zelden zo groot. Ik heb al een zware krat klaarstaan met het schrijfwerk dat ik tijdens de vakantie moet afmaken, enkele boeken naderen in augustus/september hun deadline.
Veel bouwvakwerk valt er in Saint-Pompon niet meer te doen en dat is voor het eerst in 12 jaar. Accoord, ik kan nog wel een vol jaar bouwwerk verzinnen, maar dan moet ik ook echt gaan verzinnen. Eigenlijk heb ik er helemaal geen zin in om het derde huis te gaan aanvallen, twee is eigenlijk wel genoeg.
Maar er moeten nog andere dingen gebeuren. Bij diverse sterrenchefs in de Périgord wil ik nog reportages maken, dit als sluitstuk van het boek "Groeten uit de Périgord". Dan ben ik daar eindelijk ook eens mee klaar.
En nu maar hopen dat het de komende week mooi weer is. Dan kan ik naar het zuiden rijden, kap van de auto, met de routemiep op "vermijd snelwegen". Rijden in een "décapotable" zoals de Fransen zeggen, is telkens weer een unieke ervaring. Je hebt ongeveer net zo veel contact met de natuur als op de fiets. Geluiden van fluitende vogeltjes en ruisende bomen, geuren die uiteenlopen van versgemaaid gras tot en met de friteuse van een Chinees restaurant... Partir, c'est mourir un peu? Niet als ik naar het zuiden vertrek!

donderdag 31 mei 2012

Oranje

Het is inmiddels een traditie geworden. Indien oranje de kwart finale wint, stellen wij op het bruggetje van Saint-Pompon een vat bier op. We maken dan een feestje waarbij iedereen welkom is die iets oranje draagt. Die actie herhalen we bij de halve en hele finale, althans wanneer oranje dan nog steeds in de race is. Mensen, u moet dit meemaken. Gezelligheid ten top. Bij Bruno, tegenover het bruggetje, worden de wedstrijden uitgezonden op een groot scherm. Voor de zekerheid zullen we ook massa's oranje vlaggetjes mee naar het zuiden nemen, zodat ons dorpje de juiste kleur krijgt, zoals de vorige keer. U bent van harte welkom bij onze feestjes, als u zich maar hult in iets wat op oranje lijkt.

dinsdag 8 mei 2012

Het mannetje op de brug

Als we in het noorden zijn, worden we regelmatig door deze of gene gebeld. Om ons op de hoogte te houden van het wel en wee in ons dorpje, we stellen dat zeer op prijs. Gisteren kregen we maar liefst drie telefoontjes. Bruno wist te melden dat het in de Périgord ongekend nat en koud is momenteel. Christian wist uit te leggen dat de Fransen vorige zondag niet vóór Hollande, maar vooral tegen Sorkozy hadden gestemd. Frédéric kwam met een triest bericht. In ons dorpje liep altijd een heel klein mannetje met een bochel rond, zijn blauwe stofjas sleepte bijna over de grond, zo klein was hij. Deze Noord-Afrikaan was vooral de vriend van de kinderen, mij kleindochter Cleo informeert regelmatig naar hem. Zijn lichaam was mismaakt, maar zijn hart niet. Welnu, dit mannetje is overleden. We wisten al langer dat hij problemen had, soms zagen we hem maanden niet op zijn vaste stek op het bruggetje. Maar toch blijft het schrikken als je zo'n mededeling hoort. Heel spijtig.

maandag 7 mei 2012

Vélo Tout Terrain

Van 25 t/m 27 mei in ons eigen dorpje Saint-Pompon: de Franse nationale kampioenschappen VTT (Vélo Tout Terrain = mountain bike). Al te helaas kan ik er zelf niet bij zijn. Maar u wel!

maandag 16 april 2012

Sarko of Hollande?

Aanstaande zondag vindt de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen plaats. Dat wil zeggen dat vrijwel de hele Franse economie plat ligt. Niet dat de verkiezingen spannend zijn en iedereen op het puntje van zijn stoel op het resultaat zit te wachten, daar zijn de Fransen te onverschillig voor. Nee, de economie ligt plat omdat er een reden is om plat te liggen. Iedereen wil even afwachten en dat is in een vermoeiend leven best wel handig. De Fransen zijn daar zeer bedreven in. De klant zegt tegen de verkoper dat hij even afwacht. De verkoper meldt zijn chef dat de klant even afwacht, logisch in deze situatie. De chef rapporteert aan zijn PDG (Président Directeur Général is het Franse woord voor baas) dat de klant gelet op de situatie een logische afwachtende houding aanneemt. In politiek opzicht is Frankrijk een bizar land. Charles de Gaulle maakte een grondwet die de president de macht geeft van een zonnekoning. Althans wanneer de meerderheid in het parlement op zijn hand is. Moeten links en rechts het gezamelijk doen dan spreekt men van een cohabitation (samenwonen). Er zijn momenteel drie kandidaten waar alles om draait: Sarkozi, Hollande en Le Pen. De laatste is ultra rechts en zal geen meerderheid krijgen. Van de andere twee kun je stellen dat ze eigenlijk in één persoon verenigd zouden moeten zijn. Zoals een Fransman opmerkte: Sarkozi kan het goed uitleggen maar kan verder niets, Hollande kan veel maar weet het niet uit te leggen. Het is briljante, intelligente technocraat maar heeft de uitstraling van een gemiddelde hanggeranium. En toch is Marie Le Pen van wezenlijk belang. Dat hebben we vroeger met haar vader Jean-Marie gezien. Die had destijds in de voorronde zodanig veel stemmen verzameld dat hij in de tweede ronde alleen met Jacques Chirac overbleef. De Fransen moesten toen dus verplicht kiezen tussen Le Pen en Chirac en hoewel iedereen genoeg had van boefje/zakkenvuller Chirac, was Le Pen al helemaal een nachtmerrie. Het volk moest tussen twee kwaden kiezen en stemde massaal op de Chirac die zo verafschuwd werd. De algemene verwachting is dat Sarko herkozen zal worden. Want hoewel iedereen de balen van Monsieur Chichi heeft, zorgde hij ervoor dat Frankrijk in Europa een hoofdrol ging spelen. En dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste voor een Fransoos: grandeur. Ook al komen ze om van de honger, ze willen dat hun land gezien wordt als wereldmacht. Wat zeg ik? Als dé wereldmacht. Dat past helemaal in het Franse beeld waarin de beschaafde wereld ophoudt aan de landsgrens. Alleen Parijzenaars hebben een andere mening, die vinden dat de grans der beschaving moeten getrokken worden bij de Phériphérique.

woensdag 4 april 2012



Binnenkort staat ons trotse dorpje in het centrum van de belangstelling. Op 25, 26 en 27 mei zullen hier namelijk de Franse nationale kampioenschappen VTT (Vélo Tout Terrain, in het Nederlands: Mountain Bike) alsmede het NK Short Track worden gehouden. Onze village zal dan worden overspoeld door tienduizenden mensen, waarvan een gedeelte op de fiets. Met name de Short Track is erg spectaculair, de race speelt zich af in de nauwe straatjes van het centrum, ook langs mijn eigen huis. Het zal u niet verbazen dat een fabrikant van pleisters en verbandmiddelen een der sponsors is.

maandag 2 april 2012

Plano-logisch?


In de lage landen zijn we nuchter opgevoed. Vandaar dat we vinden dat alles logisch moet zijn. Vooral plano-logisch ook. In Nederland is het altijd al zo geweest en in België begint het op te komen: de bomen langs de weg moeten op een onderlinge afstand van exact 50,43 meter staan. Met de waterpas wordt gecontroleerd of de boom wel nauwkeurig de hemel in groeit, kaarsrecht vertikaal. Zelfs is het al zo dat fietspaden worden voorzien van een centrale stippellijn opdat de fietsers niet met elkaar in botsing zouden komen. Elke gemeente heeft een batterij ambtenaren om dat alles op papier te zetten en een andere batterij om de praktijk met grote regelmaat te toetsen aan de betreffende tekening. In Saint-Pompon is dat anders. Op een van de belangrijke weggetjes in de bourg (bebouwde kom) staat al vele jaren een kersenboom die niet recht om hoog wil groeien, hij vertikt het om in de pas te lopen. In het noorden zou deze boom ongetwijfeld al lang geleden zijn geveld. Hij staat ook niet erg logisch. Auto's die hoger dan 135 cm zijn, moeten bukken of een andere weg kiezen. Fietsers, bromfietsers en motards moeten terdege rekening houden met de takken, zo niet dan kunnen er pijnlijke ongevallen ontstaan. Maar dat is in ons dorp geen geldige reden om een boom te vellen. De mens moet rekening houden met de natuur. De boom blokkeert inderdaad de weg, maar maakt die weg tegelijkertijd ook bijzonder mooi. En trouwens, is het zo erg om even te bukken of om even om te rijden?
Ons dorpje barst van dit soort onlogische voorbeelden. In het begin verbaasde ik me erover, later begon ik het steeds meer te waarderen. Het zijn bij nader inzien juist de onlogische zaken die het leven kleur geven en interessant maken. Nu, begin april, staat de kersenboom in bloei, fleurt daarmee het dorp en maakt van het weggetje een welriekende dreef. Voor zoiets moois moet je wat over willen hebben, dat hebben de Pomponnais goed begrepen.

zaterdag 31 maart 2012

Frankrijk in de 18e eeuw: de kaart van Cassini !



Zeer interessant om te kennen voor iedereen die van Frankrijk houdt, is de Carte de Cassini.
Cartograaf César-François Cassini begon in 1740 met een gedetailleerde kaart van Frankrijk te maken, dit in opdracht van Louis XV. Nadat hij in 1784 overleed, zette zijn zoon Jean-Dominique vaders werk verder. De Carte Cassini, in kleur en bestaande uit 182 bladen, geeft een prachtig beeld van Frankrijk in de achttiende eeuw, toen er nog niet van industieterreinen, péages, spoorwegen en banlieus sprake was. Hoe klein was Parijs! En hoe relatief groot waren sommige garnizoensstadjes die sindsdien tot onbetekenende boerendorpjes vervielen of zelfs verdwenen zijn!
Uiteraard ben ik gaan zoeken naar Saint-Pompon, op de kaart staat ons dorp vermeld als St.Plampon. Duidelijk is te zien dat de doorgaande weg van Périgueux naar Cahors langs ons huis kwam (zie kruisje). Het is bijna ondenkbaar dat alle verkeer door ons straatje kwam, er past in de bocht nauwelijks een stadsautootje door, alleen de madame van de post lukt het iedere dag. Buiten het dorp wordt de voormalige hoofdweg in beide richtingen een zandpaadje. Zou het de moeite lonen om er eens met de piepstok op uit te trekken?

Pas veel later, toen het spoorlijntje van Sarlat naar Villefranche werd aangelegd, ontstonden er andere belangrijke wegen en raakte de eerste in verval. Sinds het spoorlijntje weer werd afgebroken is er een mooie départementale asfaltweg ontstaan. Deze is zeer bochtig omdat de weg de route van het voormalige spoor volgt en het stoomtreintje niet al te veel klimvermogen had.

Wilt u het Frankrijk van de 18e eeuw zelf ontdekken? De betreffende site is afgeschermd, maar ik heb een achterdeurtje ontdekt. Op http://cassini.ehess.fr/cassini/fr/html/1_navigation.php vindt u de volledige Cassini-kaart van Frankrijk die u naar hartelust kunt in- en uitzoomen. Van mijn "St. Plampon" maakte ik een foto van het beeldscherm, de camera is mijn snelste copieerapparaat. Veel plezier!


Zie hier het bochtje dat het vroegere "snelverkeer" moest maken...


De vervallen snelweg net buiten het dorp