maandag 22 mei 2017

Een eigen zwembad

Zoals ik ooit al schreef, is een eigen zwembad eigenlijk geen goed idee. In de zomer, als het warm is, heb je ineens heel veel vrienden. Ze zuipen je whisky op terwijl hun kinderen in het bad urineren. Tegen zonsondergang is de meute plots verdwenen, jij mag dan de rotzooi opscheppen met een netje. Maar ja, je weet hoe het gaat, je gunt je kleinkinderen ook wat. Hen zien,kraaien van plezier doet alle ellende snel vergeten.







Ik was dus op zoek gegaan naar een zwembad. Je wordt dan al meteen geconfronteerd met een principiële beslissing: wordt het een bad met een liner of wordt het een coque. Bij een liner wordt een kuip gemetseld en daar doen ze een dikke folie in. Een coque is een badkuip van polyester die in zijn geheel wordt geplaatst. Nu hebben we in België al een bad met een liner en dat bevalt niet zo. In de Périgord bezocht ik meerdere projecten van verschillende soort en kwam tot de conclusie dat ik een coque wilde. Vervolgens moest ik op zoek naar een leverancier en die zijn er in overvloed. Heel veel gesjeesde bouwvakkers hebben namelijk een bord Piscinier op hun gevel geschoefd. Wie kan je vertrouwen? Het antwoord is niet simpel. Ze willen allemaal een voorschot en daar heb ik al de nodige ervaringen mee. Geef je een Fransoos een voorschot dan is het contract voor hem wel eens volkomen afgerond. Bij diverse pisciniers vroeg ik gewoonweg of ik hun jaarcijfers mocht inzien. Als ik zag dat ze vorig jaar 22.000 euro omzet hadden, ging ik naar de volgende. En ook confronteerde ik hen met simpele vragen die ik via google had bedacht. De meesten vielen direct door de mand. Bleef over een piscinier uit de buurt van Sarlat. Hij had ook goede referenties. Ik onderhandelde over de aanbetaling en dat was onmiddellijk ok. In kortere tijd dan gedacht, kreeg ik zelfs een bouwvergunning. Dat klinkt simpel, maar vergeet niet dat ik in het historische dorp Saint Pompon woon. Hier is bijna alles beschermd, gaande van het Gallische koningsgraf Les Grilloux met de passerende Romeinse weg tot aan de verdedigingspoort uit de honderdjarige oorlog, de 11e-eeuwse kerk en het feodale kasteel. Monumentenzorg stelt dus zijn eisen en die zijn niet altijd even mals. Bij mij viel het best wel mee. Een badkuip in kalksteenkleur, geen reflecterende tegels op het terras, dat soort dingen. Toen de vergunning er eenmaal was, schoot iedereen in de hoeven. Niet verwonderlijk in Frankrijk anno 2017. Iedereen snakt naar een beetje omzet.
Vandaag 22 mei 2017 was het zover. Althans ik kneep mijn anus tot een klein sterretje. Het zwembad van 8 bij 4 meter arriveerde op een dieplader, maar dankzij baardmans mocht die de grond van de buren niet passeren. Het duurde uiteindelijk 90 minuten voordat een hoogwerker het bad op mijn terrein kreeg. De rest van de dag liepen de werkmannen rond met paaltjes, mokerhamers en spuitbussen met felgekleurde verf. Ik heb ze nadien allemaal op een frisse pint getrakteerd en dat helpt altijd. Hoe loopt dit verder af? Dat zien we morgen. Voor een deel. Denk ik.


dinsdag 24 januari 2017

Ronddolen met de piepstok

Wanneer in de winter de zon schijnt, en dat is heel vaak, trek ik er op uit met de piepstok, de metaaldetector. Niet dat er rond Saint-Pompon kostbaarheden zijn te verwachten, daar is het dorp te arm voor. Ronddolen met de piepstok doe ik vooral om met een reden buiten te komen voor een flinke wandeling. Ik heb al enkele munten gevonden, waaronder een Napoléon III, het meeste metaal onder de grond is afkomstig van het vroegere boerenleven. Wanneer de detector begint te piepen, weet ik al wat ik kan verwachten, ik kan op het schermpje de metaalsoort en de diepte aflezen. Het is dan tijd voor de pinpointer, een kleine handdetector die op de millimeter nauwkeurig is en waarmee ik ook de grootte van het object kan inschatten. In de zomer is het schatzoeken trouwens zinloos, de droge grond is dan zo hard als beton.


Diverse keren haalde ik eenzelfde ijzeren object tevoorschijn, maar wist niet precies wat het voorstelde. Tot ik gisteren tijdens mijn pieptocht een oud echtpaar tegenkwam waar ik een praatje mee kon maken. De ijzeren objecten bleken hoefijzers voor ossen te zijn. Volgens de monsieur gebruikten de boeren tot rond 1950 ossen voor het zware werk. In die tijd verscheen de allereerste tracteur in het landschap, de Massey Harris Pony van 7 pk. "Hé", zei ik, "ik heb zelf zo'n Pony, om te restaureren." De monsieur zou dat ding graag eens willen zien, volgende week komt hij langs. Tijdens het praatje kwam ik veel te weten. De hoefsmid was altijd een beetje bang en nam veel voorzorgen, een boeuf is minder voorspelbaar dan een paard en kan met gemak uitbreken.


Hoewel sommige boeren in Saint-Pompon over een paard beschikten, was dat voor de meesten een al te grote luxe. De meeste boertjes hadden enkele muilezels of maakten gebruik van de boeuf (gecastreerde stier). De os is een traag dier, maar beschikt over een enorme kracht. De traagheid was vroeger niet zo belangrijk, men had tijd in overvloed. De kracht, daar ging het om. De kar met de oogst trekken, het ploegen van de zware grond, de os deed dat rustig en met het grootste gemak. Kijk, zo heb ik al wandelend weer wat geleerd.

Op de oude prenten van Saint-Pompon zie je af en toe een paard of een muilezel voorbij komen, prentjes van boeufs zijn zeer zeldzaam. Hadden de ezels ook hoefijzers? Dat wist de monsieur niet.








maandag 23 januari 2017

Château Norbert gastenappartement

We zijn maar met z'n tweetjes, Château Norbert is veel te groot voor ons. En omdat we ook veel aanloop hebben, lag het voor de hand om een deel van het huis te reserveren voor de gasten. Inpandig is nu alles klaar. Alleen ga ik dit jaar nog een aansluitende buitenkeuken bouwen. Dit jaar moet ook het zwembad klaar zijn.



Op de begane grond heeft het appartement een eigen voordeur. Voor de oude muren heb ik nieuwe muren van gyproc gezet. Er is een kastanje vloer gekomen. Het jaren-70-schrootjesplafond werd afgebroken, waardoor mooie balken verschenen die we hebben opgeknapt. Tafel en stoelen staan er voor de sier, er komt nog een 2-persoons bed.


Aansluitend op de eerdergenoemde ruimte ligt de zeer ruime badkamer, ook weer met een kastanje vloer. Er zijn twee wastafels, een groot bubbelbad en een 2-persoons douchecabine met grappige lichteffecten, stoomgenerator en regendouche.


Via een bibliotheek bereik je een toiletruimte.


Voorts heb ik een trap naar de bovenverdieping geïnstalleerd.


Je komt nu in een romantische ruimte terecht met een oude eiken vloer en een enorme haardpartij. Hier heb ik een oude Godet Colonial geplaatst. De voorkant van deze kachel kan helemaal open, waardoor een open haard ontstaat. Er is een grote ingebouwde inloopkast en 2 ramen geven uitzicht op het dorp.
Omdat het terrein aan de achterzijde van het huis hoger ligt, stap je gewoon weer naar buiten de tuin in. Op deze plek komt nog een keuken.

Dit alles is er uitsluitend en alleen voor onze gasten.
Ga nu niet beweren dat wij luie mensen zijn...


vrijdag 4 maart 2016

Een update der werkzaamheden

Nu de redactie deadline enkele dagen geleden passeerde, kan ik me weer als bouwvakker gedragen. Wat heb ik de laatste dagen zoal gedaan? Van alles. De wijnrekken zijn gearriveerd, zodat ik de whiskies een mooier plaatsje kan geven. 460 stuks moet precies passen.


De douchecabine van het gastenappartement is geïnstalleerd en dat had heel wat voeten in de aarde, er zat namelijk een plafondbalk in de weg.


Op de bovenverdieping van het appartement is de Colonial kachel aangesloten, hij brand al. Zie de nieuwe pijp eens blinken!


Zelfs heb ik (voor de eerste keer in mijn leven) de was gedaan.Carine heeft mij via e-mail uitgelegd welke knopjes ik moest indrukken.


De electricien is helemaal klaar, de nieuwe verwarmingsketel doet het prima en is zuinig, kortom ben ik momenteel zeer tevreden. Morgen ga ik enkele muren bezetten. Maar eerst vanavond naar het plaatselijk café. Er wordt een quiz gehouden tussen de Fransozen en de Engelsen. Mij is gevraagd om zitting te nemen in het Franse team, ze kunnen hier in La France Profonde wel een man van de wereld gebruiken.









zaterdag 11 juli 2015

Zwembadeigenaren

Terwijl de brandende zon bijna verdwenen is, lijkt de rust in het dorp veel op de rust van overdag. Toch voel je de veranderingen, vooral omdat de geluiden anders zijn, alle geluid lijkt nu van ver weg te komen. In de verte hoor ik mensen praten, ze zitten op een terras om af te koelen na deze alles verzengende dag. In de verte hoor ik een hond blaffen, uit puur plezier vanwege de temperatuur die nu gaat dalen. Heel in de verte hoor ik een kennelijk autogeluid van iemand die nodig van A naar B moet. De raamluiken zijn nog steeds overal gesloten opdat de huizen koele plaatsen zullen blijven. De Périgord heeft weer een dagje canicule overleefd. Ze zijn er niet elk jaar, maar àls ze er zijn, de hittegolven, weet iedereen wat hem te doen staat. Niet klagen of zeggen dat het warm is, want dat maakt het alleen maar erger. Zo min mogelijk bewegen, is het devies. Zelfs geen potje belotten (klaverjassen) of tafelvoetbal, want dat is in deze omstandigheden niet goed voor het hart. Degenen met een zwembad hebben op dit moment veel boezemvrienden, die met hun kinderen, kleinkinderen en achterneefjes komen plonsen. Straks wanneer de koelte zich presenteert, zullen de vrienden plots huiswaarts zijn gekeerd, hun rotzooi en de urine van hun kleinkinderen achterlatend. Morgen zullen zij weer vrienden zijn, tenzij het weer omslaat.

De zwembadeigenaren, ze zijn met velen, verkeren in een altijd durende penibele positie. Het ganse jaar zijn ze met hun haat/liefde bezig. In de winter hopen ze dat niets zal stuk vriezen, in de lente constateren ze wat de vorst heeft aangericht. Er moeten Franse vakmannen worden gebeld, die niet zullen komen. Daarom gaan de zwembadeigenaren zelf te water, ook al meet het vocht slechts 12° Celcius. Gelukkig hebben zij veel tijd, want vrienden hebben zij niet. Tot op een gedenkwaardige dag in juli, als een canicule uitbreekt. Vervolgens, in de herfst, rennen zij met een schepnetje heen en weer omdat de boombladeren dit bevelen. In gedachten nadert de winter al...

vrijdag 10 juli 2015

Grote problemen, kleine oplossingen


De laatste jaren worstelt ons dorp, zoals zo vele dorpen, met een levensgroot probleem. De kinderen die hier geboren zijn, trekken  naar de grote stad en laten het dorp steeds leger achter. In de dorpskom zelf, le bourg, woonden honderd jaar geleden nog meer dan tweeduizend mensen. De meesten woonden bepaald niet comfortabel, meestal met een man of vijftien in een klein huisje. In Saint- Pompon, een kruispunt van Romeinse wegen en een halteplaats voor bedevaarders richting Compostella, was altijd veel te doen geweest, dit versterkt door twee okermijnen en de mijn voor pure kalksteen, destijds gebruikt in de drukkerijwereld (steendruk). De honderdjarigen van ons dorp kunnen boeiend vertellen over de ervaringen in hun jeugd. Toen telde het dorp nog meerdere cabarets, etablissementen waar je kon eten, drinken en feesten om vervolgens in twijfelachtig gezelschap naar de hooizolder te gaan. Ook weten de oudjes nog hoe vroeger de markten waren. Er was een straat gereserveerd voor eenden en een andere voor varkens. Momenteel wonen er in de dorpskom nog zo'n 60 mensen, de gemiddelde leeftijd is zeer hoog, want 8% van de mensen is de honderd gepasseerd. Toen Carine en ik hier 25 jaar geleden voor het eerst kwamen, was het dorp nog in volle bloei. Helaas, de mensen die toen heel oud waren, zijn er niet meer.
Nog steeds mag ons dorpje zich gelukkig prijzen, want we tellen: 1 slager, 1 bakker, 1 postkantoor, 1 apotheker, 1 superette, 1 benzinestation, 2 cafeetjes,1 restaurant, 1 boerenbondwinkel, 2 campings, 1 school, 1 lelijk gemeentehuisje, 1 bibliotheek en 60 sjacheraars die eieren tegen kroppen sla ruilen. Maar hoe lang nog? Madame Badourès van het ene cafeetje met benzinepomp gaat richting de 80. De bakkerij is onlangs gestopt met zelf brood bakken. Christian de beenhouwer is de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd en zoekt wanhopig naar een opvolger. In het andere cafeetje annex restaurant is Bruno gestopt om de tent te gaan verhuren aan een Hollander. Maandelijks gaat er wel iemand dood, ondanks het dagelijkse gevecht dat onze jonge burgemeester levert, die tevens de wijkverpleger is.
Hoe gaat dit dorp met de toekomst om? Voortvarend en ambitieus. Er hangen tegenwoordig honderden geraniums en rozen te bloeien, oude straatjes werden opgeknapt, er kwam weer een weekmarkt, het toerisme wordt gepamperd met een wekelijkse Marché Gourmand op zaterdagavond en zelfs werd afgelopen mei hier het door Culinaire Saisonnier gesponsorde (50 euro) nationale kampioenschap VTT (mountain bike) verreden. De burgemeester heeft via zijn vriendjes gezorgd voor een supersnelle internetverbinding, gratis wifi en een zendmast voor mobiele telefonie. Volgens hem kan het dorp een nieuwe toekomst krijgen dankzij internet. Want waarom zou je met je webshop in het benauwde Parijs blijven zitten terwijl Saint Pompon je toelacht. Inmiddels heeft hij met zijn visie al enkele succesjes geboekt en dat geeft vertrouwen. Er is een kleine superette gekomen waarvan de gemeente de huurlasten draagt. Wally heeft de afgebrande kruidenierswinkel omgetoverd tot luxe chambre d'hôte en ikzelf heb in totaal 3 huizen zorgvuldig gerestaureerd, iedereen draagt zijn steentje bij. Ik weet bijna zeker dat dit dorp mij zal overleven.


woensdag 8 juli 2015

Algemene update begin juli 2015

De eerste weken van mijn verblijf in het lieflijke Saint-Pompon, ik meldde het u al, besteedde ik aan het schrijven van de experimentele roman SNAREN. Veel meer kon ik overigens niet doen met mijn gebroken rib, zeker geen gebouwvak. Stilaan wordt de pijn minder en kan ik beter bewegen. Omdat Carine in aantocht was, heb ik toch maar een en ander gedaan, zoals grasmaaien, zwembad opzetten en mijn eigen rotzooi opruimen. Het in de winter gezaaide gras begint al lekker op te schieten. Aan de plaatjes kan u zien hoe zeer ik mijn best deed.



Een klassieke zomerse bezigheid voor mij is het maken van de Ti'Ponch. Blanke rum en een grote hoeveelheid specerijen laten macereren en vervolgens mengen met sinaasappelsap. Een wolf in schaapskleren.



Dan moet ik u nog even met enige fierheid melden dat je vanaf de berg slechts twee gebouwen van de dorpskom kunt zien: de kerk en Château Norbert. 



Gallische wegen en geheimzinnige bouwwerken

Altijd had ik gedacht dat de Romeinse wegen in en rond ons dorp door de oude Romeinen waren aangelegd. Mijn trouwe gids Christian wist me te vertellen dat ze veel ouder zijn. De Romeinen maakten er gebruik van en pasten ze aan, ook maakten ze er aaneengesloten netwerken van. De wegen zijn echter van Gallische oorsprong. Ze worden hier Chemins Gaulois genoemd. Ze zijn meestal redelijk smal en bieden plaats aan een voetganger met één beest. De weggetjes worden aan weerszijden geflankeerd door stenen muren, soms laag, soms hoog. Je treft ze zowel in open veld als in de dichte bossen aan.




Aan de weggetjes kom je van tijd tot tijd zeer oude bouwwerken tegen. Die hebben de tand des tijds kunnen doorstaan omdat ze volledig uit natuursteen zijn opgetrokken, zonder gebruik te maken van hout dus. De mooiste die ik tot nu toe tegenkwam, is ooit gebouwd geweest als drogerij. Het dak is hoog en krijgt bovenaan de vorm van een schoorsteen terwijl er onderin ventilatiegaten zitten. Welke oogst werd hier ooit gedroogd?



Met grote regelmaat ontdek je een stenen cabane langs de weggetjes die slechts ruimte bieden aan één persoon. Die waren bedoeld als schuilplaats bij onweer.


Zelfs ontdekte ik een cabane, zeer bijzonder, die uit drie afzonderlijke vertrekken bestaat. Hij is van een wonderschone architectuur. Er zullen ooit mensen hebben gewoond, want er zijn nog duidelijke restanten van een stenen veekraal. Van één element dat ik rond Saint-Pompon aantrof, kan ik de functie niet begrijpen. Het betreft een muur tussen de wijngaarden die op sommige plaatsen wel twee tot drie meter dik is. Daarin zijn diverse cabanes gebouwd.



woensdag 24 juni 2015

La cabane du juge

Een gebroken rib waar ik mee kamp, is er de oorzaak van dat ik niet mag bouwvakken, het is de eerste keer in 14 jaar dat ik in Saint Pompon niet in mijn bleu rondloop. Om me toch nuttig te maken, besloot ik om een boek te gaan schrijven. De titel is "Snaren". Nee, geen culinaire zaken ditmaal, ik vond  het een uitdaging om mijn allereerste roman te schrijven. Vijf dagen en nachten ben ik ermee bezig geweest en het boek van circa 240 pagina's is nu klaar. Het is een experimenteel boek geworden. De eerste afdeling zal op gewoon wit papier worden gedrukt. Vervolgens mag de lezer zelf kiezen hoe het verhaal afloopt: zeer emotioneel à la Jasmijn, bikkelhard of onverwacht. Daarvoor zullen er drie katernen van een andere papierkleur verschijnen: roze, geel en blauw. Zoals elk mens talenten heeft, bezit ik er ook één: ik kan schrijven met de snelheid van een raket. Mijn vingers bewegen over het toetsenbord en achteraf lees ik dan wat ik heb geschreven. Met andere woorden besef ik op het moment zelf niet wat ik schrijf, laat staan dat ik zou kunnen vermoeden wat er over vijf minuten in het verhaal gebeurt.

Enfin, ondanks de gebroken rib ben ik met mijn trouwe gids Christian op pad gegaan. Hij laat met dingen zien die zelfs de meeste dorpsbewoners niet kennen. Zoals la cabane du juge. Vele steden mogen dan een duur en statig gerechtsgebouw hebben, die van Saint Pompon is de allermooiste en meest unieke. Hij staat op een plek die je normaal nooit zou ontdekken, diep in de bossen op verre afstand van de bewoonde wereld, omgeven door bramenstruiken en dicht struikgewas. Christian had een kapmes meegenomen opdat we ons een weg konden banen. En plotseling stond ik voor zijn neus, het gerechtsgebouw. Het is een cabane, wat wil zeggen dat hij volledig uit natuursteen is opgebouwd, er is geen houten balkje te ontdekken. Het gebouw is rond met een zit- of hangbank over de volle lengte van de muur. Voor toehoorders was er een speciale oplossing bedacht: rond het gebouw is een verhoging gemaakt van ruim een meter breed. Het publiek kon meeluisteren via de luistergaten. De cabane schijnt te stammen uit de Gallische tijd, dus nog voor de Romeinen verschenen. Iedereen die iets op zijn kerfstok had of een geschil met de buren had, werd hier door de dorpelingen of dorpsoudsten berecht. Ten tijde van Lodewijk XIV, zo is bekend, kwam er een ander regime. Van tijd tot tijd kwam er een rechter uit Sarlat naar Saint Pompon om de vonnissen uit te spreken. Nog tot rond 1920 ging dat zo. Sindsdien gingen de bomen, bosjes en bramenstruiken groeien. Heel boeiend allemaal.

Rondom is de verhoging te zien waarop toehoorders konden luisteren

De bank en de luistergaten

Het dak in de Gallische bouwtechniek, geheel uit steen


maandag 13 april 2015

Stenen zoeken

We hadden een mooie oude kachel op de kop getikt, model Colonial van Godin, dezelfde als in onze winterkamer maar dan een maatje kleiner. Ideaal om in het gastenverblijf te plaatsen. De afschuwelijk betegelde haardpartij hadden we een vorige keer al aangevallen: tegels wegkappen, bezetting wegkappen, voegen uitkrabben en opnieuw voegen. Wat er nu nog overbleef was de vloer van de haard, veel te klein voor de kachel. Dus moest ik een nieuwe haardvloer aanleggen, uiteraard op de middeleeuwse manier.


Carine en ik maakten een ritje rond het dorp om de juiste stenen te zoeken. Die vind je meestal op klandestiene stortplaatsjes. En ja hoor, in de buurt van Campagnac vonden we zo'n illegale déchetterie volop bruikbare stenen. De Avalanche werd volgeladen.



Thuisgekomen ging ik meteen aan het werk. Eerst een fundering storten met kippengaas en specie. Daarna passen en meten, de stenen zijn immers verre van vierkant. Toen de stenen plus de metalen vloerplaat na een uurtje of zes ploeteren goed lagen, moest het spel eerst een paar dagen drogen. Vervolgens moest de nieuwe vloer worden gevoegd. Ik gebruik het recept van de Franse monumentenzorg: 18 delen rood okerzand uit Saint-Pompon, 8 delen kalk tradifargue en 4 delen witte cement. Na enkele uurtjes aandrogen begint het zwaardere werk. De voegen moeten eerst geborsteld met een staalborstel, dan met een harde nylon borstel, dan met een zachtere. Je wilt namelijk geen strepen in de voegen. Na verloop van tijd ontstond er warempel een puik vloertje.






Wat deed Carine intussen? Die zaaide gras. Vader en zoon Laplanche hadden namelijk een stuk grond omgeploegd en geëgd, er moest graszaad (kwaliteit Rustique) worden gestrooid voordat de mannen met de wals kwamen. U ziet de zaaivrouw als een stipje aan de horizon.


Gebeurde er vorige week nog meer? Het bubbelbad en de stoomdouche zouden donderdag arriveren (hetgeen gebeurde) en er was in de badkamer van het gastenverblijf nog héél veel werk te doen. Gipsplafond aanleggen, muren bezetten, behangen, betegelen... Dat alles werd net op tijd in gereedheid gebracht. De komende tijd krijgt de badkamer nog een parketvloer en daarna kan alles proper worden geïnstalleerd. De watervoorzieningen liggen klaar en ik heb overal (op de juiste plekken?) electriciteit aangelegd.





Alles wat ik tot nu toe noemde, deden we met z'n tweetjes. Alsof dat al niet genoeg was, kregen we héél veel aanloop, minstens een man of dertig. Belgen, Nederlanders, Fransen, we laten altijd graag even het werk liggen om het glas te heffen...