dinsdag 5 maart 2019

GANZENVERVOER

De dag voordien had ik mijn R4 al omgebouwd om de beesten waardig te kunnen ontvangen. Wat was het geval? Een boer in de buurt was gestorven en zijn ganzen en andere dieren moesten verplaatst naar andere boeren. Ik zou het vervoer van de ganzen op me nemen, een kwestie van nabuurschap. Het zouden er 17 zijn, zo was me gezegd. Uiteindelijk werd het een klucht waar je een film over kunt maken:

LA GRANDE VADROUILLE DES OIES

Ten eerste kreeg ik geen 17 maar 23 beesten mee. Die volwassen patatten werden in mijn autootje gedouwd. Gelukkig hielden de ganzen zich muisstil, ze bewogen niet. Tot ik de motor startte... Plots probeerden ze allemaal tegelijk door de barrière heen te breken, ze wilden eruit. De chaos was compleet. Toen moest het rijden nog beginnen.
Ganzen, zo heb ik tijdens de rit ervaren, zijn de gelukkigste dieren ter wereld op een kaarsrechte gladde asfaltweg. Ze zitten dan een beetje met elkaar te keuvelen en kijken geïnteresseerd door de patrijspoort naar de grotemensenwereld. Maar helaas, de Périgord heeft vrijwel geen kaarsrecht glad asfalt, achter elke bocht ligt een bocht. Dus was het vrijwel continu kabaal achterin. Toen het canaille eenmaal ter plaatse was, ergens achter Sarlat, werd ik weliswaar van 23 ganzen bevrijd maar niet van hun odeur. Thuis ben ik twee uur bezig geweest met de kar. Eerst de stellage afbreken die ik achterin had getimmerd en vervolgens soppen met Ajax, Bref en chloor. Verder moest ik, om me volledig te bevrijden, me douchen, omkleden en m'n bleu in de was doen. Hierbij de prentjes die van het bangelijke avontuur werden geschoten.











maandag 2 oktober 2017

De aanleg van een zwembad van A tot Z

Zoals ik ooit al schreef, is een eigen zwembad eigenlijk geen goed idee. In de zomer, als het warm is, heb je ineens heel veel vrienden. Ze zuipen je whisky op terwijl hun kinderen in het bad urineren. Tegen zonsondergang is de meute plots verdwenen, jij mag dan de rotzooi opscheppen met een netje. Maar ja, je weet hoe het gaat, je gunt je kleinkinderen ook wat. Hen zien kraaien van plezier doet alle ellende snel vergeten.


Wat ik voor ogen had, was een bad van 8 op 4 meter, in diepte aflopend naar 2 meter. Als je daarnaar op zoek gaat, word je al meteen geconfronteerd met een principiële beslissing: wordt het een bad met een liner of wordt het een coque. Bij een liner wordt een kuip gemetseld en daar doen ze een dikke folie in. Een coque is een badkuip van polyester die in zijn geheel wordt geplaatst. Nu hebben we in België al een bad met een liner en dat bevalt niet zo. In de Périgord bezocht ik meerdere projecten van verschillende soort en kwam tot de conclusie dat ik een coque wilde.


Vervolgens moest ik op zoek naar een leverancier en die zijn er in overvloed. Heel veel gesjeesde bouwvakkers hebben namelijk een bord Piscinier op hun gevel geschoefd. Wie kan je vertrouwen? Het antwoord is niet simpel. Ze willen allemaal een flink voorschot en daar heb ik al de nodige ervaringen mee. Geef je een Fransoos een voorschot dan is het contract voor hem wel eens volkomen afgerond. Bij diverse pisciniers vroeg ik gewoonweg of ik hun jaarcijfers mocht inzien. Als ik zag dat ze vorig jaar 22.000 euro omzet hadden, ging ik naar de volgende. En ook confronteerde ik hen met simpele vragen die ik via google had bedacht. De meesten vielen direct door de mand. Bleef over een piscinier uit de buurt van Sarlat: de firma Minard. Deze had ook goede referenties. Ik onderhandelde over de aanbetaling en dat was onmiddellijk ok. In kortere tijd dan gedacht, kreeg ik zelfs een bouwvergunning, door Minard zonder meerkosten aangevraagd. Dat klinkt simpel, maar vergeet niet dat ik in het historische dorp Saint Pompon woon. Hier is bijna alles beschermd, gaande van het Gallische koningsgraf Les Grilloux met de passerende Romeinse weg tot aan de verdedigingspoort uit de honderdjarige oorlog, de 11e-eeuwse kerk en het feodale kasteel. Ons eigen Château Norbert stamt uit de 16e eeuw. Bâtiments de France (monumentenzorg) stelt daarom zijn eisen en die zijn niet altijd even mals. Bij mij viel het best wel mee. De badkuip moest in kalksteenkleur worden uitgevoerd, er mochten geen reflecterende tegels op het terras, dat soort dingen. Toen de vergunning er eenmaal was, schoot iedereen in de hoeven. 

De werkmannen kwamen rondlopen met paaltjes, mokerhamers en spuitbussen felgekleurde verf. Ik heb ze nadien allemaal op een frisse pint getrakteerd en dat helpt altijd. 

Terrassement
De grondwerken had ik uitbesteed aan de firma Laplanche te Saint Pompon. Vader Lucien en zoon Christian zijn nu eenmaal vrienden van ons. Met onvoorstelbare precisie maakten die het juiste gat.





Op 22 mei 2017 was het zover. Althans ik kneep mijn anus tot een klein sterretje. Het zwembad van 8 bij 4 meter arriveerde op een dieplader, maar dankzij baardmans mocht die de grond van de buren niet passeren. Het duurde uiteindelijk 90 minuten voordat een hoogwerker, bestuurd door de oude monsieur Minard, het bad heelhuids op ons terrein kreeg.




Aan de plaatsing van het bad ging een dikke zwarte buis vooraf. Ik kon totaal niet bedenken waar dat ding voor zou moeten dienen. Het blijkt in Frankrijk een verplicht attribuut te zijn en is bedoeld om later te kunnen inspecteren of het grondwaterpeil nog wel in orde is.


Voorts werd fijne steenslag (castines) in het gat gestort. Dit is één van de meest precieze werkjes denkbaar. De badkuip komt hierop te rusten. Je wilt de kuip uiteraard exact waterpas hebben en later in het bad stappen op de juiste hoogte. Als alles klopt (en het klopte), glijdt de kuip vlot het gat in.






Zodra de boel op zijn plaats staat, worden de benodigde pijpleidingen aangesloten alsook de electra voor de verlichting. Daarna worden de wanden van de kuip voorlopig gestabiliseerd met balken en worden de ruimtes rond de kuip volgestort met castines. Zodra dat gedaan is, wordt de kuip door middel van een gewapende betonrand definitief gefixeerd. Nadat de technische ruimte (door mezelf gebouwd) voorzien is van filters, pompen, pH-meter en doseerapparatuur, mag het bad volstromen met 50 kuub kraanwater. Fase 1 is dan afgerond, er kan gezwommen worden.





La plage
Er kan nu inderdaad gezwommen worden, maar dan moet je wel met je blote tenen door de steenslag. Dat is geen goed idee, dus treedt fase 2 in werking: het terras. Voor degenen die de Franse taal niet helemaal beheersen, leidt het wel eens tot misverstanden. Het terras heet in het Frans plage (strand). Terrassement heeft niets met een terras te maken maar met het graven van het gat.

De plage bestaat uit een laag castines van 20 cm plus een betonlaag van 10 à 12 cm, waarbij de bewapening in het eerdere beton rond het zwembad wordt geïntegreerd. Het oppervlak moet niet waterpas zijn, maar naar buiten aflopen in verband met regenwater. De moeilijkheid van Château Norbert is dat er geen vrachtwagens het adres kunnen bereiken, onze openbare weg is slechts 240 cm breed. Dus moet het beton ter plaatse worden aangemaakt en met kruiwagens ter plekke komen. Ik had medelijden met de mannen van Minard, het gebeurde allemaal tijdens een hittegolf. Bij 38°C ga je liever zwemmen. Het werk was juist op tijd klaar om onze kleinkinderen te kunnen ontvangen. De hittegolf bleef voortduren, dus het nieuwe bad werd met open armen verwelkomd. Fase 2 was afgerond.









De afwerking
U hebt nu alleen nog fase 3 van me tegoed, de afwerking. Hoewel je perfect en comfortabel zou kunnen leven met een gladde betonnen plage, wilden we toch wel plavuizen hebben, dalles in het Frans. Zelf metselde ik intussen een muur van betonblokken en bezette die. Omdat het regenwater tegen de natuurstenen muur aan de zijkant zou botsen, had Minard iets moois bedacht. Onder de plavuizen werd een afvoergoot voorzien. Een geweldig idee. Intussen werd ook een electrisch rolluik geïnstalleerd.










Het resultaat
En hier ziet u dan het eindresultaat.
Ik ben de firma Minard veel dank verschuldigd. Ze hielden zich altijd op de dag en minuut aan de afspraken, iets wat in Frankrijk een wonder mag heten. Want meestal komen de ouvriers gewoon niet opdagen. Bovendien werd het werk zeer professioneel en loepzuiver uitgevoerd, waren de werkmannen beleefd en was er altijd ruimte voor nadere wensen, zonder meerprijs.
Ook uiteraard dank aan vader en zoon Laplanche voor de grondwerken en mijn vaste electricien Philippe Cassant.
Ik ben trouwens blij dat we niet voor chloor maar voor zout hebben gekozen. Van het zout merk je tijdens of na het zwemmen niets. Je houdt er alleen een superzachte huid aan over, zonder rimpels.












dinsdag 24 januari 2017

Ronddolen met de piepstok

Wanneer in de winter de zon schijnt, en dat is heel vaak, trek ik er op uit met de piepstok, de metaaldetector. Niet dat er rond Saint-Pompon kostbaarheden zijn te verwachten, daar is het dorp te arm voor. Ronddolen met de piepstok doe ik vooral om met een reden buiten te komen voor een flinke wandeling. Ik heb al enkele munten gevonden, waaronder een Napoléon III, het meeste metaal onder de grond is afkomstig van het vroegere boerenleven. Wanneer de detector begint te piepen, weet ik al wat ik kan verwachten, ik kan op het schermpje de metaalsoort en de diepte aflezen. Het is dan tijd voor de pinpointer, een kleine handdetector die op de millimeter nauwkeurig is en waarmee ik ook de grootte van het object kan inschatten. In de zomer is het schatzoeken trouwens zinloos, de droge grond is dan zo hard als beton.


Diverse keren haalde ik eenzelfde ijzeren object tevoorschijn, maar wist niet precies wat het voorstelde. Tot ik gisteren tijdens mijn pieptocht een oud echtpaar tegenkwam waar ik een praatje mee kon maken. De ijzeren objecten bleken hoefijzers voor ossen te zijn. Volgens de monsieur gebruikten de boeren tot rond 1950 ossen voor het zware werk. In die tijd verscheen de allereerste tracteur in het landschap, de Massey Harris Pony van 7 pk. "Hé", zei ik, "ik heb zelf zo'n Pony, om te restaureren." De monsieur zou dat ding graag eens willen zien, volgende week komt hij langs. Tijdens het praatje kwam ik veel te weten. De hoefsmid was altijd een beetje bang en nam veel voorzorgen, een boeuf is minder voorspelbaar dan een paard en kan met gemak uitbreken.


Hoewel sommige boeren in Saint-Pompon over een paard beschikten, was dat voor de meesten een al te grote luxe. De meeste boertjes hadden enkele muilezels of maakten gebruik van de boeuf (gecastreerde stier). De os is een traag dier, maar beschikt over een enorme kracht. De traagheid was vroeger niet zo belangrijk, men had tijd in overvloed. De kracht, daar ging het om. De kar met de oogst trekken, het ploegen van de zware grond, de os deed dat rustig en met het grootste gemak. Kijk, zo heb ik al wandelend weer wat geleerd.

Op de oude prenten van Saint-Pompon zie je af en toe een paard of een muilezel voorbij komen, prentjes van boeufs zijn zeer zeldzaam. Hadden de ezels ook hoefijzers? Dat wist de monsieur niet.