dinsdag 13 september 2011

Rampeau







De oudjes waren zondag tijdens de kermis fanatiek bezig met iets dat ze "rampeau" noemden. Enkele kruiwagens zand worden op straat neergekieperd, de ballen worden van zolder gehaald, enkele strobalen worden ter bescherming van de leefomgeving neergezet. Omdat de strobalen onvoldoende soelaas bieden tegen het overjaarsehormonenballengeweld worden de raamluiken van de buren even uit hun sponning gehaald en tegen de strobaal gezet. Het feest kan beginnen, geduldig wacht iedereen op zijn beurt.
In het zand zijn drie houtjes neergezet, door de autochnonen "pylons" genoemd. De bedoeling is om met een houten bal de drie pylons tegelijkertijd te vellen. Een soort van bowling avant la lettre dus. Oprecht geïnteresseerd stelde ik diverse vragen. Hoe werkt de puntentelling? Elke pyloon is één punt. Maar als je er drie tegelijk te pakken hebt? Ah, dat is meer. Hoeveel meer? On ne sais pas exactement. Vijf punten? Oui. Tien misschien? Ah oui. En dan: tot hoe ver gaan de punten? Wanneer is iemand winnaar? Bij deze vraag keken de Pomponnais naar me of ze water zagen branden. Tsja, daar had men geen antwoord op, niemand had zich ooit die vraag gesteld. Tot we er genoeg van hebben, zei de een. Tot we dorst hebben, zei de ander. Rampeau speel je niet om te winnen of te verliezen, rampeau speel je voor de gezelligheid. Punten zijn van geen belang. Ze zijn zelfs hinderlijk, want iemand moet ze bijhouden en dat loopt altijd verkeerd af.
Echte kermisspelen, ik ben er jaloers op. Het zijn geen dingen die geld kosten, zelfs zitten er geen batterijen in. Gewoon zelfgemaakte houten ballen, enkele stokjes, een paar kruiwagens zand en een strobaal. En niet te vergeten een soort hark zonder tanden om het zand glad te strijken. Wellicht zijn de attributen een paar honderd jaar oud. Met kermis komen ze tevoorschijn. Was het maar vast volgend jaar.

maandag 12 september 2011

Vrouwen in mannenkleding


Zondag berichtte ik u over de kermis die ik plotseling in Saint-Pompon aantrof. Omdat ik van de teringherrie niet kon slapen, ging ik met de camera op pad om u verslag te doen.
U zult het niet willen geloven, maar van de zes stands die de kermis telt, zijn er drie met botsauto's. Drie nota bene, dat zie je zelfs in Antwerpen of Tilburg niet. Wellicht heeft het beruchte Franse puntenrijbewijs een Sehnsucht op gang gebracht, alle autootjes waren de hele middag bezet, er was zelfs een rij wachtenden. Een munt in het gleufje stoppen en dan je buurman rammen, het zit bij de mens ingebakken. De drie andere stands betroffen het hengelen naar plastic eendjes waarbij je altijd hetzelfde wint, het van dichtbij schieten op balonnen zonder ze te raken en een draaimolen voor de kleinsten. Maar er was ook een tent en daar waren mensen aan het dansen. Echte volksdansen met echte muziek. De drie muzikanten hadden aan kleine accordeon, een Franse doedelzak en een snaarinstument dat jammerlijk geluid maakt door aan een molentje te draaien. Zeer authentiek allemaal. Ook de klederdracht van de dansers was authentiek. Het viel me op dat bijna de helft van de vrouwen mannenkleding droeg. Dat heeft niets met sexuele afwijkingen te maken, het is een kwestie van pragmatische oplossingen zoeken voor het mannentekort. De traditie van dansende vrouwen in mannenkleding schijnt in de eerste wereldoorlog te zijn ontstaan, dit om voor de hand liggende reden.


zondag 11 september 2011

Naar bed en binnen vijf minuten weer op

Vannacht heb ik de reis naar het zuiden gemaakt. Dom was dat ik na drie uur slapen dacht helemaal fit te zijn. Nee dus. Al ter hoogte van Arras moest ik op de parking een dutje doen. Vervolgens vechten tegen de slaap tot bij Orléans. Daar weer een dutje. En zo ging het verder. U begrijpt dat ik blij was dat ik eindelijk het eerste verkeersbord Saint-Pompon zag. Toen was het niet ver meer. In mijn dorpje bleek dat men op het marktpleintje een heuse kermis aan het opbouwen was. De auto dus op een kilometer afstand geparkeerd, gelukkig heeft mijn koffertje van die wieltjes onder zich. Nooit eerder geweten waar die
voor dienden. Nu dacht ik de tekort gekomen slaap eventjers in te halen. Nee dus. Welgeteld vijf minuten nadat ik mezelf dapper naar het bad had verplaatst, brak de pleurus uit. Een godvergergeten herrie ging door het dorp galmen, vermoedelijk afkomstig van de botsautootjes. De brave man heeft niet alleen een draaitafel, ook een microfoon. Met allebei lijkt hij geboren te zijn. Dat schiet niet op, dus heb ik de moed opgegeven en me weer uit bed geworsteld.
Een kermis met botsautootjes, nota bene in Saint-Pompon, hoe verzinnen ze het! Hier wonen 4 kinderen, 8 honderdjarigen, 20 negentigjarigen, enzovoort. Momenteel ben ik hier een van de allerjongsten. Wie in hemelsnaam gaat er in een botsautootje zitten? Buurvrouw Madame Fargue misschien? In haar jeugd bestonden nog geen auto's, dus kan dat best wel spannend zijn.

Ooit moet ik nog eens een column schrijven over kermisgeluiden. Die klinken namelijk op de Sinksenfoor van Antwerpen exact hetzefde. Zouden die lui allemaal familie van elkaar zijn? In elk geval doen ze inkopen bij dezelfde platenfirma.

vrijdag 9 september 2011

Morgen terug naar Saint-Pompon

Vanavond vroeg naar bed en dan tegen een uur of twee opstaan. Een pot koffie met mijn traditioneel sudokootje en dan de auto in, op weg naar het zuiden. Vóór zeven uur ben ik dan Parijs voorbij en omdat er in het weekend geen vrachtverkeer op de Franse wegen rijdt, heb ik de weg bijna voor me alleen. Ditmaal ga ik niet met de SSR, maar met de Avalanche. Ik moet volgende week namelijk met bouwmaterialen sjouwen en dat kan beter met een werkpaard.
Volgende week staat er veel op het programma. Op de 15e is de druivenpluk. Verder heb ik Christian beloofd dat ik een binnenmuur in zijn huis zal slopen. Dit als tegenprestatie voor het gebruik van zijn bulldozer. Als het goed is, begint Frédéric met de zoldervloer. Dat is eenderde van het totale huisoppervlak, tot nu toe onbenut.
Maar vooral ga ik naar Saint-Pompon om me op te sluiten. Ik moét namelijk nog een volledig boek schrijven en de deadline nadert. Voor dat boek kreeg ik al een half jaar geleden de opdracht, maar die liet ik voor wat het was. Ik kan namelijk alleen presteren onder hoge druk.


Dit is m'n Avalanche. Als u die op het marktpleintje ziet, ben ik thuis. Kom gerust langs voor een glas.

donderdag 8 september 2011

Met Jean-Pierre Marielle


Gisteren was onze Franse redacteur Philippe op bezoek bij de beroemde chef Marc Meneau. Daar was toevallig ook acteur Jean-Pierre Marielle aanwezig, een huisvriend van de chef. Philippe mocht voor de foto bij de acteur op schoot.

dinsdag 23 augustus 2011

Transhumance

Wanneer kuddes schapen of geiten massaal naar een ander gebied worden overgebracht, spreekt men van transhumance. Meestal gaat het over de kuddes die 's zomers in de bergen leven en 's winters beneden. Beroemd is de transhumance van Sisteron, waarbij vele tienduizenden dieren betrokken zijn. Vroeger was ook de transhumance beroemd waarbij de schapen uit de Pyreneeën naar de Médoc werden gedirigeerd. Daar aten ze na de oogst alle loof van de wijngaarden terwijl ze in ruil mest produceerden. Dat is helaas vergane glorie, al dat autoverkeer maakt langeafstandsverplaatsingen (scrabble!) onuitvoerbaar. Saint-Pompon heeft zijn eigen jaarlijkse transhumance. Dat stelt allemaal niet veel voor, feit is dat er dan weer aanleiding voor een feestmaaltijd is.



zondag 14 augustus 2011

De couleuvre, vriend van de tuin


L'Ami du potagier, zo wordt de couleuvre genoemd. Het is een slang met een vervaarlijk uiterlijk die zich overal in Zuid-Frankrijk ophoudt. Maar geen nood, het is een vriendelijke slang. Als een groententuin met een muur is omringd of een stapeltje stenen heeft, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een couleuvre huist. Elke Franse tuinliefhebber is daar blij mee, want het dier eet alle plagen van Egypte. Muizen, ratten, slakken, emelten, niets ontsnapt aan zijn aandacht. Snel zul je het dier niet zien, het is bang van mensen. De slang is zeer gevoelig voor trillingen in de grond die hem waarschuwen, rap kiest hij een schuilplaats. Sommige mensen vertellen wel eens dat ze in het gras een enorme dode slang hebben zien liggen, die slang was niet dood. Want dat is het enige wapen dat de couleuvre heeft: zich voor dood houden. Bij de meeste mensen breekt het angstzweet uit, alleen al als ze het woord "slang" horen. En als dat ding ook nog eens een meter of twee lang is, gaan alle haren overeind. Niet nodig, zo gezegd is het een lief en nuttig dier. Met veel geduld kun je er als tuinman zelfs voor zorgen dat hij uit je hand komt eten.


Het wil helaas niet zeggen dat alle Franse slangen vriendelijk zijn, er bestaat ook nog zoiets als de adder. Gelukkig voor mij weten zefs de oudste Pomponnais (inwoners van Saint-Pompon) me te vertellen dat ze rond het dorp nog nooit een vipère hebben gezien. Er zijn streken in Frankrijk waar de adder in grote getale anwezig is. Een fenomeen is de Mont Brouilly, een met wijngaarden bedekte heuvel in de Beaujolais. Op die heuvel zijn duizenden adders te vinden, reden waarom diverse ambachelijke alcoholstokers in die regio hun flessen met adder vullen. Ook in de Auvergne komen veel adders voor.

De couleuvre zal niet snel bijten. Doet ie dat wel dan is er niets aan de hand, gewoon even AUW zeggen. Een beet van de vipère kan echter dodelijk zijn, meteen naar het ziekenhuis dus. Maar ja, als slangenleek weet u niet altijd door wie u gebeten wordt, de slang heeft geen visitekaartje. Of wel? Jawel, want beide soorten hebben hun eigen typische kenmerken.
De couleuvre heeft een ovale afgeronde kop, de adder een spitse. De couleuvre heeft ronde oogpupillen, de adder vertikale streep-pupillen. De coleuvre heeft twee grote vlekken op zijn kop, de adder meerdere kleine vlekken. De couleuvre heeft gewone tandjes, de adder uitklapbare giftanden. De adder wordt vaak niet groter dan 50 cm, hooguit 75 cm. De couleuvre kan twee meter lang zijn.


Loopt u met grote voetstappen rond dan zal elk soort slang zich verstoppen. Steek echter nooit uw hand tussen de stenen om dat lieve bloemetje te plukken, ook niet in de Périgord.

Mérite Agricole voor Carine


Ik ben heel erg trots op mijn Carine, want aanstaande woensdag wordt aan haar de Mérite Agricole uitgereikt, de hoogste onderscheiding die Frankrijk op het gebied van landbouw kent. De onderscheiding zal namens de Franse minister van landbouw worden uitgereikt door monsieur Hirondel, landbouwattaché van de Franse ambassadeur in Brussel. Dat zal gebeuren op ons redactiecentrum te Schilde. We maken er een groot feest van en verwachten circa 200 mensen.
Voor Carine is het een kroon op haar werk. Al vijftien jaar is ze uitgeefster van Culinaire Saisonnier, Pâtisserie&Desserts, Saisonnier France, KoksKoerier en Pastry in Europe, magazines die in meer dan 70 landen verschijnen. In al die tijd, zo oordeelt de Franse minister, heeft ze enorm veel voor de promotie van Frankrijk betekend.
In september, wanneer we weer voor enkele weken in Saint-Pompon zijn, zal ook ons dorpje delen in de feestvreugde. We willen dan in Saint-Pompon een uitgebreide receptie organiseren, zo mogelijk bijgestaan door alle sterrenchefs uit de Périgord. Dubbel feest dus.



Eergisteren feliciteerde de Belgische minister-president Yves Leterme haar hoogstpersoonlijk. Het is zeer uitzonderlijk dat een Belgische vrouw de Mérite Agricole ontvangt.

woensdag 10 augustus 2011

Ondergrondse woning




Op de dag dat we zouden vertrekken, sprak ik een boer die de lokatie van een bijzonder bouwwerkje kende: een ondergrondse refuge. Dat zijn bouwwerken waarin men kon vluchten als er een bende struikrovers naderde. Zelfs toen ik de precieze lokatie wist, kon ik de ingang maar moeilijk vinden. Maar daar was het dan, een in de rotsgrond uitgehouwen trapje en een gat waar ik nauwelijks door paste. Ik kwam in een onderaards kronkelgangetje terecht dat uitmondde bij een kamer. Omdat ik alleen maar een aansteker bij me had, kon ik nauwelijks iets zien. Maar wel ontdekte ik in de kamer een uitgehouwen trapje dat naar een lagere verdieping leidde. Daar moest ik een ondergronds stroompje oversteken. Verder ben ik met mijn aansteker niet geraakt, het gas was op en op de tast moest ik een uitweg zoeken. De volgende keer Saint-Pompon, daar verheug ik me nu extra op. Voorzien van het nodige licht plus de metaaldetector zal ik dan weer afdalen, lunchpakketje bij de hand. Dit is niet zo maar een refuge, dit is ongetwijfeld een woonhuis geweest. Het zal eeuwenlang onderdak hebben geboden aan families die zich geen bovengronds huis konden permitteren. Families die zich met veel geduld en weinig of geen gereedschappen een weg door de rotsen baanden en zelfs de tijd en het fatsoen hadden om keurige traptreden voor mij te houwen. Wie weet wat ik er nog tegenkom...

dinsdag 9 augustus 2011

Onze afscheidsprocedure

We zijn inmiddels alweer een week terug in het noorden, ik heb u nog niets verteld over onze afscheidsprocedure die in werking treedt telkens als wij Saint-Pompon verlaten. Ons ritueel is ontstaan toe wij, lang geleden, een bezoek brachten aan een adembenemend middeleeuws kerkje. Enkele uren na dit bezoek vonden wij in Saint-Pompon het huis dat we kochten. Toeval? Gods hand? Ik weet het niet. Nu ben ik allesbehalve gelovig, Gods hand zal ik niet snel ergens in ontdekken. Maar ook ongelovigen hebben blijkbaar hun rituelen nodig, ze geven een goed gevoel.

Elke keer opnieuw als de gas-, water- en stroomkraan zijn dichtgedraaid, de bagage is ingeladen en we afscheid nemen van Saint-Pompon, maken we op weg naar het noorden een omweg van 35 kilometer. Het is niet logisch, ik weet het. We rijden dan naar het dorpje Montferrand-du-Périgord. Net buiten dat Anton-Pieck-plaatsje ligt een begraafplaats waarin zich een klein kerkje bevindt. Het moet onnoemelijk oud zijn, minstens duizend jaar. De zeer dikke muren maken dat het bouwsel van binnen veel kleiner is dan de buitenkant. Er zijn prachtige muurschilderingen en hoewel de tand des tijds ze danig heeft aangetast, zijn ze nog goed te zien.
Voor twee euro koop je hier een kaarsje om dat met je eigen intenties te laten branden. Het bedragje deponeer je in een gleufje in de muur. Wij laten elk een kaarsje branden uit puur geluk. We beseffen maar al te goed dat we bofkontjes zijn, maar wie moet je daarvoor bedanken? We hebben weer een fijne tijd gehad. Zonder ongelukken, zonder ziektes. Bedankt. Hier is een klein kaarsje als bescheiden tegenprestatie. Ja, daar voelen we ons goed bij. Een vakantie sluit men in waardigheid af.

Wilt u dit magnifieke kerkje bezoeken? Volg dan in Montferrand de bordjes Chapelle St.Christophe.





zondag 31 juli 2011

Vandaag sniksnik


Sniksniksnik, vanmiddag keren we weer terug naar het noorden, het werk roept. Op de trap staan de laatste restanten van een zondig leven. In de poubelle ermee. Naar de déchetterie ermee.

zaterdag 30 juli 2011

Hospitalis de Sancto Pomponio





Meerdere gebouwen in Saint-Pompon getuigen van een rijke historie. Kijk maar eens naar het ziekenhuis uit de dertiende eeuw. Hospitalis de Sancto Pomponio wordt in diverse geschriften genoemd, voor het eerst in een testament uit 1269. Het ziekenhuis, onder controle van de monniken van Cadouin, bestond uit twee grote zalen (1e en 2e etage). Op de voorgevel is een zonnewijzer uit 1784 te zien. De dakpartij is monumentaal, van binnen lijkt het een omgekeerd schip.
Gezien de onvoorstelbare armoede, epidemieën, onhygiëne en het eenzijdig dieet (kastanjes) zal het er vroeger druk zijn geweest.

Het gebouw is ernstig vervallen, er woont slechts een familie verwilderde katten en kwajongens stoken er een vuurtje. Jammer. Waarom doet Bâtiments de France hier niets aan?

Het gebouw, eigendom van schilder Herdin, staat op marktplaats.nl te koop voor het luttele bedrag van 50.000 euro. Maar denk erom, om het bewoonbaar te maken, zult u minstens een ton kwijt zijn. Maar ja, dan woon je wel in een 13e eeuws ziekenhuis en dat kan niet iedereen zeggen...

donderdag 28 juli 2011

Humor verboden



Gisteren was het rommelmarkt in Saint-Pompon. Om onze stand wat op te fleuren, had ik een kapotte tuinstoel voorzien van een tekst die aangaf dat dit de stoel van Napoléon Bonaparte was. De prijs die ik voor de stoel vroeg, was dan ook aan de pittige kant. Dat gold ook voor mijn oude pantoffels die ik aanbood als geweest zijnde van Lodewijk de veertiende.
Wat bleek? De Fransen konden daar bepaald niet mee lachen. Het is gewoon een oude stoel, zeiden ze. Het zijn gewoon oude pantoffels, opperden ze. De prijzen waren véél te hoog, beweerden ze. Was die stoel wel van Napoléon, vroegen ze. Volgens een pientere passant kon de stoel onmogelijk van Napoléon zijn omdat er schroefjes in zaten van een latere datum. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Al met al heb ik er gisteren heel wat last mee gehad. De mensen uit andere landen moesten op z'n minst glimlachen over de pantoffels en de stoel. Maar niet de Fransen! De zuurpruimen.

En toch was de vide-greniers voor ons een eclatant succes, onze omzet (chiffre d'affaires) was maar liefst twaalf maal die van vorig jaar. Niet dat het in euro's veel uitmaakt, twaalf maal nul is nog steeds ongeveer nul. Maar toch.

Plosteling, op een onbewaakt moment, fluisterde iemand uit het publiek: "Citroen!" Onmiddellijk had ik het routineuze antwoord paraat: "Komkommer!". Op deze merkwaardige manier maakte ik kennis met mijn collega-blogger Bas uit Marminiac waarover ik u vorige week berichtte.

dinsdag 26 juli 2011

Laatste klusje geklaard


Hopla, alweer een klusje geklaard. Onze garage, die als een apart gebouwtje links van ons huis ligt, was vroeger eigendom van de baron. Hij gebruikte het alleen 's zondags, om zijn koets te stallen bij zijn kerkbezoek. Na de tweede wereldoorlog heeft iemand er een verdieping opgezet om er een naaiatelier in te vestigen. Dat is nu onze slaapkamer, heel groot en met een prachtige kastanje parketvloer uit die tijd. Helaas zijn de buitenmuren bezet met een betonachtig materiaal, het is onmogelijk om dat te verwijderen. Vandaar dat ik er voor heb gekozen om de muren te gaan bezetten op de ouderwetse kalk-manier. "Crépi à l'ancienne" noemt men dat. Dat wil ik in september gaan doen. Het voorbereidend werk was best wel zwaar: het beton rond de deur wegkappen en de oude balk weer tevoorschijn toveren. Dat klusje is nu geklaard en daarmee neem ik voorlopig afscheid van mijn bouwmaterialen en gereedschappen. Zondag is de vakantie afgelopen en rijd ik richting noorden, juist nu het prachtig weer is geworden. Terugblikkend heb ik deze zomer onvoorstelbaar veel kunnen doen en dat geeft een tevreden gevoel.

Morgen, woensdag, is er nog een belangrijke dag: de jaarlijkse vide-greniers, de rommel- en antiekmarkt van ons dorp. Eens kijken of we dit jaar onze omzet kunnen verdubbelen, vorig jaar zat er 14 euro in de kas. Aan mijn rommel zal het niet liggen, daar heb ik genoeg van...

Honinglolly



Hoewel me dat door de blogbeheerder elke dag gevraagd wordt, wil ik mijn blogs niet bezoedelen met reclameboodschappen, pop-ups of ander ongerief. Af en toe echter voel ik de behoefte om een producteur of marchand in het zonnetje te zetten. Zoals vandaag.
Bezoekt u op zaterdagavond de Marché Gourmand van Saint-Pompon, koop dan eens een lekkere pot honing van de familie Cavagne die altijd naast de telefooncel een standje heeft. Tevens kunt u daar voor de kinderen terecht voor een honinglolly die niet te versmaden is.

maandag 25 juli 2011

Een kleine overwinning



Als uitgever van culinaire boeken en tijdschriften voer ik in de lage landen al vele jaren strijd tegen de smaakverloedering. Vroeger was dat een strijd tegen windmolens, de laatste jaren krijg ik gelukkig steeds meer medestanders. Ik vind dat het gedaan moet zijn met de veelal chemische rotzooi waarmee onze voeding "op smaak" wordt gebracht. Dat ik inmiddels al heel wat heb bereikt, blijkt onder andere uit het feit dat een voedingsgigant als Unilever de overschakeling maakt naar pure grondstoffen, zonder smaakversterkers en onnatuurlijke ingrediënten. Ik voerde daar met de reus vele gesprekken over. In onze Franstalige uitgaves heb ik die strijd nooit hoeven voeren, simpelweg omdat de Fransen van huis uit begrijpen dat je met je eten niet moet rommelen. Er is echter één grote uitzondering en daar richt ik voortdurend mijn pijlen op: chemisch truffelaroma. Het is door die rommel al zover gekomen dat bijna niemand meer weet hoe een echte truffel smaakt.

Het begon allemaal in Italië, waar men ontdekte dat je één van de vele smaakmoleculen van truffel eenvoudig uit afval van de petrochemische industrie kunt halen. Wat de Italianen daarmee doen, heb ik al diverse keren met eigen ogen gezien. Chinese truffels (die uiterlijk veel op de Périgord truffel lijken maar totaal geen smaak hebben) worden in China gekocht voor 12 euro per kilo. Dankzij het truffelaroma kunnen ze die Chinese knolletjes verkopen voor een kiloprijs van 1200 euro. Nu lopen er niet alleen in Italië crimineeltjes rond, ook in Frankrijk en ook in de Périgord. Ik ken één bekende truffelwinkelier in de buurt die voor zijn gemanipuleer al enkele malen in de gevangenis zat. Dus... koopt u truffels, dan zouden dat best wel eens opgepepte Chinese aardappelen kunnen zijn.

Wat u nooit maar dan ook NOOIT moet kopen, is truffelolie. Daar zit namelijk geen gram natuurlijks in, hoe luxe en hoe duur de flesjes ook mogen zijn. Truffelolie is pure chemie, je ruikt het spul al op afstand.

Het truffelaroma wordt niet alleen gebruikt door truffelcrimineeltjes, ook anderen hebben die troep ontdekt. Zo is er in de Périgord een firma die aperitiefdrankjes op de markt brengt, één van zijn producten heet Apéritif à la Truffe. Volstrekt chemische troep. Ik kon en wilde niet accepteren dat dit spul mijn authentieke dorpje Saint-Pompon besmet. In ons dorpscafé Chez Bruno was het truffelaperitief te koop. Ik heb Bruno de achtergronden uitgelegd en vervolgens hebben we de fles samen leeggegoten. Het was vervolgens aan mij om een viltstift te pakken en het woord "truffe" fanatiek door de krassen. Ik besef het, binnen een wereldwijde strijd is dit een overwinning van weinig betekenis. Maar toch is alweer één dorpje van de ondergang gered. Mijn dorpje.

zondag 24 juli 2011

Gekkebekkenconcours



Gisterenavond, op de Marché Gourmand in Saint-Pompon, was er volop animatie. Niet alleen de DJ en een vuurspuwer deden hun best, ook werd er een gekkebekkenconcours gehouden. Op de eerste plaats eindigden ex aequo enkele Nederlandse toeristenmeisjes waarvan de namen me ontschoten zijn. Volgend jaar zullen deze twee hun titel moeten verdedigen.

zaterdag 23 juli 2011

De Engelsen


In heel Frankrijk vormen de Engelsen een groep apart. Dankzij hun sterke pond destijds konden ze met de overwaarde van hun Engelse huis een leuk Frans stulpje kopen. Hun pensioen of spaargeld had in Frankrijk een veel hogere koopkracht dan aan de overzijde van the Channel. Het wemelt ervan. Ik ken in en rond mijn dorpje diverse Engelsen die hier al tien, twintig of méér jaar wonen, het is opmerkelijk dat geen van hen één woord Frans spreekt. Of het moet bij hoge uitzondering op de Fransman lijken die Engels spreekt: je verstaat er absoluut niets van. Ik denk dat Engelsen te veel tanden hebben om Frans te kunnen spreken. Engelsen hokken allemaal bij elkaar, ze vormen een volstrekt eigen gemeenschap. In ons dorp komen ze elke vrijdagmiddag bij elkaar en praten dan in allerlei dialecten die ze merkwaardigerwijze van elkaar lijken te verstaan, van Northumberlands tot Cockney en van naäap-landlords tot Landsends.
Van de Engelsen hoor ik vaak dat ze spijt hebben dat het land niet op tijd in de Euro is gestapt. Enkele jaren geleden maakte het pond een vrije val, waardoor de English in Frankrijk ineens arm werden. Velen zijn weer naar Engeland vertrokken, hun huizen staan te koop. Degenen die hier gebleven zijn, hebben meestal wat avonturiersbloed in zich en moeten weer werken voor de kost. Ze richten een knutselbedrijfje op, handelen in oud ijzer of willen het gras voor je maaien en je zwembad onderhouden.

Het wil wel zeggen dat er momenteel een overvloed aan huizen te koop staat. Helaas zijn die meestal veel te duur en bovendien op Engelse wijze verbouwd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat ze plastic ramen en deuren hebben en dat in de woonkamer een Engelse schoorsteen is gemetseld. Het beste wat je dan kunt doen, is de pin uit een handgranaat trekken en het projectiel naar binnen gooien.

Dat veel Engelsen zijn opgestapt, vind ik eigenlijk wel jammer. Ze zijn namelijk altijd vriendelijk, uitbundig en open, ze genieten van het leven en zijn oprecht geïonteresseerd in anderen, iets waar je de Fransen moeilijk op kunt betrappen. Voor mij vormen de Britten echt wel een meerwaarde in ons dorp.

Het massale vertek levert echter enkele voordelen op. Zo zijn er veel minder hondjes en dat vind ik wel tof. Bovendien is de Périgord met het vertrek van vele Engelsen een beetje verlost van nóg een plaag. De Engelse dametjes met strohoedjes die in zichzelf het talent ontdekten om naïeve landschapjes te schilderen, om potten te bakken met klaproosjes erop, of om te macrameën per vierkante meter, die zitten weer aan de andere kant van de plas. De souvenirs die de toeristen kopen, zijn niet meer van Engelse makelij, doch onvervalst Chinees. Tot en met de truffels.

woensdag 20 juli 2011

CITROEN EN KOMKOMMER

Vanmiddag was mijn oudste kleindochter Cleo (7) bij ons en daarbij ontstond een onverwacht groot probleem. Het had te maken met twee zeer gewaardeerde wonderen der natuur, de één ovaal en geel, de ander groen en langwerpig.

Mijn grote geheim
Wie wist ervan? Eigenlijk bijna niemand. Carine wist het uiteraard, ik kon het onmogelijk al die jaren voor haar verborgen houden. En mijn dochter Nathalie wist het. Dat komt omdat ze me ooit betrapte. Ze beloofde me toen plechtig om er nooit met iemand over te praten. Dat is inmiddels alweer twintig jaar geleden en inderdaad heeft ze er nooit over gesproken, zelfs niet met Geert.
Van alle geheimen die ik met me meedraag, is dit het grootste geheim. Ik kan me niet voorstellen dat buiten Carine en Nathalie iemand mijn geheim kent. Daar is nu verandering in gekomen omdat ik mijn mond voorbij praatte op een onbewaakt moment. Voortaan kent ook mijn kleindochter Cleo mijn geheim. Het wordt tijd voor mijn coming out en dan doe ik dan ook maar meteen voor de hele wereld.

Dat ik mijn mond voorbij praatte tegen Cleo dat kwam omdat zij een woord zei. Ze zei "Citroen!" Daarop antwoordde ik spontaan en zonder er bij na te denken "Komkommer!" Tsja, toen moest ik wel uitleggen waarom ik plotseling "Komkommer" zei. Kijk, het zit namelijk zo. Bij onze geheime dienst zijn de woorden "Citroen!" en "Komkommer!" het wachtwoord. Als twee geheim agenten elkaar tegenkomen, zegt de eerste "Ctroen!" De tweede antwoordt dan "Komkommer". Alleen op die manier weet je écht van elkaar dat je geheim agent bent. En dat is mijn grote geheim: Ik ben geheim agent. Cleo wilde me niet geloven en toen heb ik haar al mijn attributen laten zien. Zoals mijn blauwe button.



Waarom is mijn blauwe button blauw? Dat is een kleur die niemand verwacht. Stel dat ik een zwarte button zou dragen... dan zou iedereen meteen vermoeden dat ik een geheim agent ben. Daarom is de button blauw. "Opa, op de button staat helemaal niets", zei Cleo. Allicht niet. Op een geheime button moet je juist helemaal niets kunnen zien, want anders is hij niet geheim.
Het tweede attribuut dat ik Cleo liet zien, was mijn hele kleine verrekijker. Cleo kon er niets door zien en dacht daarom dat de verrekijker nep was. Maar hij is echt niet nep! Alleen geheime agenten kunnen erdoor kijken met hun geheime oog.
Het derde wat ik haar liet zien, is uiteraard mijn krab, mensen uit het vak weten waarom. Geloof me op mijn erewoord, serieuze geheim agenten zonder krabben bestaan niet. Elke geheim agent heeft er standaard eentje op zak. Wat ik met die krab doe, mag ik tegen niemand zeggen. Het is een enorm geheim.


Mijn onzichtbare jas

Maar Cleo was na het zien van de button (die wij geheim agenten "de blauwe knoop" noemen), de verrekijker en de krab nog niet overtuigd. Ze dacht nog steeds dat ik haar voor de gek hield. Dus heb ik ook mijn andere geheime dingen laten zien. Zoals mijn geheime telefoon en mijn onzichtbare jas. Die jas kun je niet zien, behalve als je geheim agent bent. Ikzelf kan die jas dus wel zien, ik weet dat hij heel lang en heel mooi is. Andere mensen kunnen hem helemaal niet zien en zelfs niet voelen. Wanneer hij aan de kapstok hangt, zou je denken dat er helemaal niets aan de kapstok hangt. Maar schijn bedriegt! Mijn onzichtbare jas doe ik aan als ik een hele geheime missie heb. Niemand mag me dan zien, want anders zou het geen geheim zijn.


Hoed en sluipers

Voor mijn gewone geheime werk heb ik een zwarte jas, zwarte schoenen en een zwarte hoed. Maar er zijn ook gevallen dat niemand mij mag horen. Daarvoor heb ik mijn zwarte sluipers die heel zacht zijn. Als ik daar op loop, hoort niemand mij. Zelfs andere geheim agenten horen mij dan niet sluipen. Wanneer ik een hééél geheime missie heb, doe ik soms wel mijn zwarte sluipers PLUS mijn onzichtbare jas aan. In die super combinatie kan niemand mij zien, maar ook niet horen. Het lijkt dan net of ik er niet ben. Maar ik ben er wel !!!

Als ik naar mijn geheime werk ga, doe ik dat heel voorzichtig, zonder iemand wakker te maken. Want anders zou het niet geheim zijn. Ik stap dan in mijn geheime zwarte auto en start de moter heel stilletjes. Daarna rijd ik heel zachtjes weg. Ik mag niet verklappen waar ik dan naartoe ga, want dat is een groot geheim. Het kan gebeuren dat ik op straat iemand tegenkom met een zwarte jas en zwarte hoed, met een blauwe knoop. Ik ga dan naar hem toe en zeg: "Citroen!". Als hij "Komkommer!" terug zegt, weet ik dat hij ook een geheim agent is. we geven elkaar dan de linkerhand. Maar als hij niets terug zegt... tsja dan weet ik dat hij een doodgewone man is met een zwarte hoed en een zwarte jas. Die blauwe knoop kan ook toevallig zijn, je weet maar nooit. Vandaar dat wij geheim agenten "Citroen!" en "Komkommer!" tegen elkaar zeggen. Gelukkig maar.

Schrijven geheim agenten ook bekeuringen? Nee, dat doen wij nooit. Wat we wèl doen, blijft geheim. Zelfs Carine, Nathalie en Cleo weten niet wat ik precies doe. Ze weten dat ik geheim agent ben, maar zullen me uit respect voor mijn werk nooit om details vragen. Ze weten trouwens dat mijn lippen dan stijf op elkaar zouden blijven, ik los geen woord.

Het klein grut is gearriveerd


Vannacht zijn onze kleinkinderen in Saint-Pompon gearriveerd. Hier ziet u mijn jongste kleindochter Doris op de escalier.

Château Chinois



Vandaag op mijn andere blog:
Hoe probeert Bordeaux de Chinese wijnwereld te veroveren? En hoe reageren de Chinezen daarop?

dinsdag 19 juli 2011

De feestelijke inhuldiging


Monsieur le maire de Saint-Pompon

Gisterenavond was het dan zover: de feestelijke inhuldiging van ons balconnetje. Het halve dorp was aanwezig en de vele hapjes die Carine had klaargezet, waren al op voordat het echt begon. Nieuwe flessen moesten al snel worden aangerukt en van m'n zomervoorraad 'ti ponch bleef geen druppel over. Kortom, het werd een echt feest. Een grote rol was weggelegd voor schilder Herdin die niet alleen zijn doek Shakira presenteerde maar ook de Franstalige uitgave van zijn boek. Deze laatste werd aan burgemeester Thomas overhandigd, waarna de gitaar van stal werd gehaald. Echt waar, het werd een heuse jam session, want meerdere aanwezigen bleken over drum-, snaar- en zangtalent te beschikken. Ook onze piepjonge burgemeester speelde gitaar. Zijn chansons met snelle diepgaande teksten waren voor ons niet altijd te begrijpen. Om zeven uur, nét voordat het feest moest beginnen, was er nog een hevige stortbui, daarna bleef het kurkdroog tot middernacht. Hiervoor wil ik een speciaal dankwoordje richten tot Meteo France die dit voor ons regelde.


maandag 18 juli 2011

In afwachting van


Zoals ik u al eerder meldde, zal vanavond om 19.30u het grote moment zijn aangebroken dat ons nieuwe balconnetje wordt ingehuldigd. Omdat er een schilder bij betrokken is, noemen we het evenement een vernisage. Daarover later meer.
We hebben er veel werk van gemaakt, logisch als je beseft dat ook de burgemeester, een journalist van de SudOuest en een grote afvaardiging van de Engelse kolonie aanwezig zullen zijn. Gisteren al heeft Carine quiches gebakken en sausiesen gekocht. Crémant de Limoux, witte en rode wijn, 'ti ponch en zo meer staan koel, via Bruno hebben we een tap gehuurd. Op ons eigen pleintje hebben we tafels en banken opgesteld. Nu maar hopen dat het droog blijft.
Zelf heb ik een nieuwe bleu gekocht die ik straks zal aantrekken. Want dat is de traditie van deze streek: voor een feest koopt de boer een nieuwe bleu.
Wat vanavond tevens op het balconnetje gaat gebeuren, is de onthulling van het metersgrote schilderij dat Herdin voor zangeres Shakira maakte. Zij zal op het balcon staan terwijl Herdin haar met zijn gitaar een ode brengt. Hoe dan ook, regen of geen regen, het zal een plezante avond worden waarin alle eventuele ongemakken door middel van alcohol zullen worden weggewuifd. Morgen zal ik u resultaten uiteraard tonen, althans wanneer mijn kater niet àl te groot is.
In Saint-Pompon is iedereen altijd op zoek naar een excuus voor een feestje. Ditmaal kun je moeilijk van een excuus spreken, want hoe vaak gebeurt het dat er een nieuw balconnetje verschijnt?

Hoe gek is de eenzame fietser


Een gek. Dat is wat vele mensen van mij vinden als ik tijdens mijn vakantie achter de betonmolen sta. Wellicht hebben ze gelijk, ik heb echter dezelfde mening over hen. Want kijk eens rond je heen. Er zijn mensen die op vakantie een racefiets op hun auto binden. Zodra ze op de camping zijn, worden de bandjes nog eens opgepompt en gaan ze keihard fietsen. Dat lucht op, zo'n energiestoot. Helemaal kapot en bezweet komen ze na enkele uren weer bij hun tentje of sleurhut aan. Ook ik ben helemaal kapot en bezweet, in wezen doe ik precies hetzelfde. Het enige verschil is dat ik resultaat zie en de fietser niet. De fietser zit na twintig jaar nog steeds op een camping terwijl ik met dezelfde calorieën een eigen paleis heb gecreëerd. Wie is dan gek? Ik of de fietser? Enfin, iedereen denkt er maar van wat hij wil. Ik ben zeer tevreden als ik 's ochtends mijn 'bleu" kan aantrekken om er weer eens lekker tegenaan te gaan. Sinds ik half juni in Saint-Pompon arriveerde, ben ik ruim zes kilo kwijtgeraakt en dat is voor een culinair schrijver geen luxe.
Het is altijd plezierig om te weten dat je niet de enige gek bent. Zo kwam ik op het internet Bas Hogenboom tegen, een collega-blogger die in Marminiac bouwkundig aan het ploeteren is. Marminiac ligt vlakbij, net over de departementsgrens in de Lot. Bas en ik kennen elkaar niet, maar dat zal ooit wel veranderen als we mekaar par hazard tegenkomen in een bouwmaterialenhandel. Ach, weet u, eigenlijk wist ik altijd al dat ik niet de enige gek kon zijn. Elk dorp heeft zijn dorpsgek, of dat dorp nu Saint-Pompon of Marminiac heet. U vindt de wetenswaardigheden van mijn collega op http://marminiac.blogspot.com

zondag 17 juli 2011

On s'occupe de vous


Het is inmiddels zo'n acht of negen jaar geleden dat we bij de Franse aannemer een offerte aanvroegen voor de verbouwing. Zelf hadden we geen enkele ervaring met pierres, poutres, plâtre, tradifarge, hordies, génoises, tout à l'égoûts en al die snuisterijen meer. Al een week later kwam de aannemer zijn uitgebreide en zeer gedetailleerde offerte presenteren. We waren direct enthousiast want het zag er heel serieus uit en de prijs viel eigenlijk best wel mee. Meteen na de vakantie zou hij beginnen. Dat klopte ook, want toen wij in september terugkwamen, was de kelder uitgegraven en daarin een betonnen werkvloer gestort. Enfin, dat is nu dus zo'n acht jaar geleden, sindsdien heeft de aannemer zich niet meer laten zien. Hoewel, we komen hem regelmatig tegen, de wereld in de Périgord is klein. Soms ontmoeten we hem in de bouwmaterialenhandel. Soms zwaait hij onderweg naar ons, hij stopt dan om een praatje te maken. Elke keer opnieuw, nu al acht jaar aan een stuk, vertelt hij enthousiast dat hij weldra bij ons gaat beginnen. "On s'occupe de vous", zegt hij dan. Hij heeft de offerte met een punaise boven zijn bureau bevestigd ten teken dat het ernst is. Hij wacht alleen nog op enkele materialen. O ja, destijds hebben we hem een sleutel van ons huis gegeven, met een sleutelhanger in de vorm van een belletje. Dat was bedoeld als stille wenk. Die sleutel ligt paraat, zo zegt hij op vertrouwenwekkende toon.
Wat moet ik hem zeggen als ik de sympatieke man tegenkom? Dat ik inmiddels àlles zelf heb gedaan? Dat ik inmiddels huis nummer twee ook al heb verbouwd? Dat hij niet meer nodig is en dus de sleutel kan inleveren? Nee, dat zou een beetje pijnlijk zijn. Daarom laat ik hem telkens in de waan dat hij volgende week met de verbouwingen kan starten. Dat geeft hem en goed gevoel. Uiteindelijk is het allemaal onze eigen schuld: we hadden weliswaar een datum afgesproken, maar geen jaartal, ik besef het maar al te goed.
Als ik de offerte van destijds er nog eens op nasla, kom ik tot de conclusie dat ik met mijn eigen handen zo'n 40.000 euro heb bespaard. Niet alleen de aannemer heeft dus een goed gevoel, ook ik.

donderdag 14 juli 2011

Sur le balcon de Saint Pompon; on y danse


Het mannelijke deel van de plaatselijke bevolking loopt vanochtend zenuwachtig rond. Er wordt met tzfels en banken gesjouwd, de feestverlichting wordt getest. Het is namelijk de quatorze juillet en op deze gedenkwaardige dag van liberté, égalité en fraternité houdt elk zichzelf respecterend dorp een feestje. De eerste tekenen waren gisteren al te zien want toen werd zoals elk jaar een vrachtwagen van de lokale veevoederfabrikant opgesteld, de huif aan één zijde open. Dit wordt het podium van de muzikant. Ik verheug me vooral op vanavond vanwege hem. Het is een accordeonist die met zijn voeten allerlei lichteffecten bedient. Hij speelt gigantisch vals, maar wel gezellig. Omdat elk jaar precies hetzelfde is als de vorige jaren, weet ik precies wat er vanavond gaat gebeuren en dat maakt het extra spannend. Zoals een film die je al tien keer hebt gezien.

Heel tevreden ben ik over ons balconnetje dat nu helemaal klaar is. Echt een opera-balconnetje. Aanstaande maandag te 19.00 uur stipt zal de vernisage plaatsvinden. We nodigen de buurt en de burgemeester uit voor een drankje en een hapje terwijl de plaatselijke troubadour Herdin zijn gitaar zal laten klinken. Sur le balcon de Saint Pompon, on y danse, on y danse.

woensdag 13 juli 2011

De witte merel



In de lage landen kennen we ze niet meer: de boerenknechten. In heel Frankrijk bestaan ze nog wel degelijk. Het betekent dat een jongeman, meestal van boerenafkomst en zonder grote talenten, zich laat inhuren door een boer. De "domestique de ferme" is de klusjesman van de boer, hij geeft een paar extra handjes. Binnen de boerderij van zijn werkgever heeft hij een eigen appartement met bed, knuffelbeer en tv-toestel. De domestique blijft in regel zijn hele leven bij dezelfde baas werken, hij wordt een onmiskenbaar deel van het boerengezin. Hij ploegt, egt, zaait, raapt eieren, plukt druiven en repareert de tractor. Gelukkig maar, want de gemiddelde boerderij heeft echt wel zo iemand nodig. Er is echter één probleempje en dat is dat de knecht vrijwel altijd van het mannelijke geslacht is. Hij heeft dus hormonen en daarvoor zijn knuffelberen niet altijd een probaat middel. Vandaar dat er op het Franse platteland hier en daar bordeeltjes bestaan. Meestal zien ze eruit als een cafeetje en liggen ze wat afgelegen. Een terras hebben ze niet en de gordijnen zijn gesloten. Hier komen de domestiques van de regio aan hun trekken, meestal éénmaal per maand. Ook bij ons in de buurt is zo'n groezelig etablissementje gevestigd, met de veelbelovende naam Le Merle Blanc. Zie je een knecht vrolijk op de tractor rondrijden dan is hij zojuist bij de witte merel geweest of gaat hij er vanavond naartoe.