maandag 19 september 2011

Wachten op onweer



Zaterdag zeiden alle dorpelingen dat er morgen (zondag) onweer zou komen. Ze zeiden dat met blijde gezichten. Waarom blij zijn met onweer? Dat heeft te maken met de walnoten. In de Périgord Noir staan honderdduizenden notenbomen, ze vormen een belangrijk onderdeel van elke boerenexploitatie. Op dit moment hangen de noten nog bijna allemaal aan de boom, het vruchtvlees rondom is al bruin aan het worden. De boeren weten dat juist op dit moment één flinke onweersbui voldoende is om alle noten van de bomen te laten vallen. Nu de wijnoogst binnen is en de boeren relatief weinig te doen hebben, wacht men op hét moment. Zondag was er echter helemaal geen onweer, het was wishfull thinking geweest.
Waar gaan trouwens al die noten naartoe? Vooral naar de coöperatie Cerno in Cénac. Wat die er mee doet? Een groot gedeelte wordt gewoon gedroogd. Nadat de bast machinaal kapotgeslagen is, wordt het binnenwerk al dan niet vermalen en gaat dat hoofdzakelijk naar de foodindustrie. Van de slechtste kwaliteit wordt olie gemaakt, de allebeste noten behandelt men nog steeds met huisvlijt. Vele boerenfamilies houden zich daar in de donkere wintermaanden mee bezig. De noot krijgt een tikje met een houten hamer, zodanig dat het gehele binnenwerk keurig intact blijft. Dat noemen we cerneaux, een relatief duur product.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten